Language/Portuguese/Vocabulary/Air-Travel/nl

Uit Polyglot Club WIKI
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
This lesson can still be improved. EDIT IT NOW! & become VIP
Rate this lesson:
0.00
(0 stemmen)


Portuguese-europe-brazil-polyglotclub.png
Portugees Woordenschat0 tot A1 CursusLuchtvervoer

Inleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Luchtvervoer is een van de meest opwindende manieren om te reizen. Of je nu naar een nieuw land wilt verkennen of familie wilt bezoeken, de luchtvaart opent nieuwe horizonten. In deze les gaan we ons richten op de Portugese woordenschat die je nodig hebt voor luchtvervoer. We leren niet alleen de basiswoorden en zinnen, maar ook hoe je een vlucht boekt en incheckt op de luchthaven. Dit zal je helpen om je zelfverzekerd te voelen wanneer je in een Portugese omgeving reist.

Woorden en Zinnen voor Luchtvervoer[bewerken | brontekst bewerken]

In deze sectie zullen we enkele belangrijke woorden en zinnen behandelen die essentieel zijn voor luchtvervoer.

Basiswoordenschat[bewerken | brontekst bewerken]

Hier zijn enkele belangrijke termen die je moet kennen:

Portugese Uitspraak Nederlands
avião avjãw vliegtuig
aeroporto a.e.ɾoˈpoɾ.tu luchthaven
bilhete biˈʎe.tʃi ticket
check-in ˈʃɛk.ĩ inchecken
portão poɾˈtɐ̃w gate
embarque emˈbaʁ.ki boarding
desembarque de.zẽˈbaʁ.ki deboarding
segurança se.ɡuˈɾɐ̃.sɐ veiligheid
passaporte pa.sɐˈpoʁ.tʃi paspoort
bagagem baˈɡa.ʒẽ bagage

Zinnen voor het Boeken van een Vlucht[bewerken | brontekst bewerken]

Hier zijn enkele nuttige zinnen die je kunt gebruiken wanneer je een vlucht boekt:

Portugese Uitspraak Nederlands
Eu gostaria de reservar um voo. ew ɡoʃtaˈɾi.a dʒi ʁezeʁˈvaʁ ũ ˈvo.u Ik zou graag een vlucht willen reserveren.
Quanto custa o bilhete? ˈkwɐ̃tu ˈkuʃ.tɐ u biˈʎe.tʃi Hoeveel kost het ticket?
Há um voo direto para Lisboa? a ũ ˈvo.u dʒiˈɾɛ.tu ˈpa.ɾɐ liʒˈboɐ Is er een directe vlucht naar Lissabon?
Posso pagar com cartão de crédito? ˈpɔ.su paˈɡaʁ kũ kaʁˈtɐ̃w dʒi ˈkɾe.dʒi.tu Kan ik met een creditcard betalen?
Qual é o horário do voo? kwaw ˈɛ u oˈɾa.ɾiu du ˈvo.u Wat is het tijdstip van de vlucht?

Inchecken op de Luchthaven[bewerken | brontekst bewerken]

Als je eenmaal je vlucht hebt geboekt, is het tijd om in te checken. Hier zijn enkele woorden en zinnen die je kunnen helpen.

Woorden voor Inchecken[bewerken | brontekst bewerken]

Portugese Uitspraak Nederlands
fila ˈfi.lɐ rij
documento do.kuˈmẽ.tu document
etiqueta e.tʃiˈke.tɐ label
peso ˈpe.zu gewicht
excesso eʃˈses.u overtollig

Zinnen voor Inchecken[bewerken | brontekst bewerken]

Portugese Uitspraak Nederlands
Onde fica o balcão de check-in? ˈõ.dʒi ˈfikɐ u baʊˈkɐ̃w dʒi ˈʃɛk.ĩ Waar is de incheckbalie?
Eu tenho uma mala a despachar. ew ˈte.ɲu ˈu.mɐ ˈma.lɐ a dʒis.paˈʁ Ik heb een koffer om in te checken.
Posso pegar meu cartão de embarque? ˈpɔ.su peˈɡaʁ ˈmeu kaʁˈtɐ̃w dʒi emˈbaʁ.ki Mag ik mijn instapkaart alstublieft?
Onde é o portão de embarque? ˈõ.dʒi ɛ u poɾˈtɐ̃w dʒi emˈbaʁ.ki Waar is de boarding gate?
O meu voo está atrasado. u mew ˈvo.u iʃˈta a.tɾaˈza.du Mijn vlucht is vertraagd.

Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]

Nu je de basiswoordenschat en zinnen hebt geleerd, is het tijd om te oefenen! Hieronder staan enkele oefeningen die je kunnen helpen om je kennis te testen.

Oefening 1: Vertaal de Zinnen[bewerken | brontekst bewerken]

Vertaal de volgende zinnen van het Nederlands naar het Portugees.

1. Ik wil een ticket reserveren.

2. Hoeveel kost de bagage?

3. Waar is de veiligheidscontrole?

Oplossingen[bewerken | brontekst bewerken]

1. Eu gostaria de reservar um bilhete.

2. Quanto custa a bagagem?

3. Onde fica o controle de segurança?

Oefening 2: Vul de Lege Ruimtes In[bewerken | brontekst bewerken]

Vul de lege ruimtes in met de juiste woorden.

1. Ik heb mijn _______ nodig. (paspoort)

2. De _______ is om 14:00 uur. (vlucht)

3. Ik moet in de _______ staan. (rij)

Oplossingen[bewerken | brontekst bewerken]

1. Ik heb mijn paspoort nodig.

2. De vlucht is om 14:00 uur.

3. Ik moet in de rij staan.

Oefening 3: Woordenschat Quiz[bewerken | brontekst bewerken]

Beantwoord de volgende vragen over de woordenschat.

1. Wat is het Portugees voor 'vliegtuig'?

2. Hoe zeg je 'gate' in het Portugees?

3. Wat is 'boarding' in het Portugees?

Oplossingen[bewerken | brontekst bewerken]

1. avião

2. portão

3. embarque

Oefening 4: Maak een Dialoog[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf een korte dialoog tussen twee personen die inchecken op de luchthaven.

Oplossing Voorbeeld[bewerken | brontekst bewerken]

Persoon A: "Bom dia! Eu gostaria de fazer o check-in para o meu voo."

Persoon B: "Claro! Qual é o número do seu voo?"

Oefening 5: Kies het Juiste Antwoord[bewerken | brontekst bewerken]

Kies het juiste antwoord voor elke vraag.

1. Waar is de incheckbalie?

a) O portão

b) O balcão de check-in

c) A fila

2. Hoeveel kost het ticket?

a) Quanto pesa?

b) Quanto custa o bilhete?

c) O que é isso?

Oplossingen[bewerken | brontekst bewerken]

1. b) O balcão de check-in

2. b) Quanto custa o bilhete?

Oefening 6: Woorden Raden[bewerken | brontekst bewerken]

Raad het Portugese woord op basis van de beschrijving.

1. Dit is een document dat je nodig hebt om te reizen. (antwoord: paspoort)

2. Dit is de plaats waar je je bagage kunt inchecken. (antwoord: incheckbalie)

Oefening 7: Luister en Herhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Luister naar de woorden en zinnen, en herhaal ze hardop.

Oefening 8: Maak Zinnen[bewerken | brontekst bewerken]

Maak zinnen met de volgende woorden: 'vliegtuig', 'luchthaven', 'ticket'.

Oefening 9: Rolspel[bewerken | brontekst bewerken]

Speel een rolspel waarbij één persoon de passagier is en de andere de medewerker van de luchtvaartmaatschappij.

Oefening 10: Schrijf over je Reis[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf een korte paragraaf over een toekomstige reis die je wilt maken, gebruikmakend van de nieuwe woordenschat.

Conclusie[bewerken | brontekst bewerken]

In deze les hebben we de essentiële woordenschat en zinnen voor luchtvervoer behandeld. Van het boeken van een vlucht tot het inchecken op de luchthaven, deze kennis zal je zeker helpen om je zelfverzekerd te voelen in een Portugese sprekende omgeving. Blijf oefenen en je zult merken dat je steeds beter wordt in het verstaan en gebruiken van de Portugese taal.

Inhoudsopgave - Portugese Cursus - 0 tot A1[brontekst bewerken]


Unit 1: Begroetingen en Basisuitdrukkingen


Unit 2: Werkwoorden - Tegenwoordige Tijd


Unit 3: Familie en Beschrijvingen


Unit 4: Werkwoorden - Toekomende en Voorwaardelijke Tijden


Unit 5: Portugese sprekende landen en culturen


Unit 6: Eten en drinken


Unit 7: Werkwoorden - Verleden Tijd


Unit 8: Reizen en Transport


Unit 9: Onbepaalde Voornaamwoorden en Voorzetsels


Unit 10: Gezondheid en Noodgevallen


Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]


Contributors

Maintenance script


Create a new Lesson