Language/Italian/Grammar/Trapassato-Remoto/nl
Հայերէն
Български език
官话
官話
Hrvatski jezik
Český jazyk
Nederlands
English
Suomen kieli
Français
Deutsch
עברית
हिन्दी
Magyar
Bahasa Indonesia
فارسی
日本語
Қазақ тілі
한국어
Lietuvių kalba
Νέα Ελληνικά
Şimali Azərbaycanlılar
Język polski
Português
Limba Română
Русский язык
Српски
Español
العربية القياسية
Svenska
Wikang Tagalog
தமிழ்
ภาษาไทย
Türkçe
Українська мова
Urdu
Tiếng Việt
Inleiding[bewerken | brontekst bewerken]
Welkom bij deze les over de Trapassato Remoto, een belangrijk aspect van de Italiaanse grammatica! In deze les gaan we dieper in op hoe je deze samengestelde verleden tijd vormt en gebruikt. Het is essentieel om de Trapassato Remoto te begrijpen, vooral als je wilt leren over het verleden in de Italiaanse taal. Deze tijd wordt vaak gebruikt om te spreken over gebeurtenissen die plaatsvonden vóór een andere gebeurtenis in het verleden. Het kan je helpen om verhalen en ervaringen in een chronologische volgorde te vertellen, wat heel nuttig is in gesprekken.
In deze les zullen we de volgende onderwerpen behandelen:
- Wat is de Trapassato Remoto?
- Hoe vorm je de Trapassato Remoto?
- Voorbeelden van gebruik in zinnen
- Oefeningen om je kennis toe te passen
Laten we snel van start gaan!
Wat is de Trapassato Remoto?[bewerken | brontekst bewerken]
De Trapassato Remoto is een samengestelde verleden tijd in het Italiaans die wordt gebruikt om te verwijzen naar acties die zijn voltooid vóór een andere actie in het verleden. Het is een tijd die niet zo vaak in het dagelijks taalgebruik voorkomt, maar die wel in literatuur en formele situaties kan worden aangetroffen.
Vorming van de Trapassato Remoto[bewerken | brontekst bewerken]
Om de Trapassato Remoto te vormen, heb je twee elementen nodig:
1. De verleden tijd van het hulpwerkwoord avere of essere.
2. Het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord.
Hier is een overzicht van de vervoegingen van de hulpwerkwoorden:
Hulpwerkwoord 'Avere'[bewerken | brontekst bewerken]
| Onderwerp | Vervoeging | Dutch |
|---|---|---|
| Io | ebbi | Ik had |
| Tu | avesti | Jij had |
| Lui/Lei | ebbe | Hij/Zij had |
| Noi | avemmo | Wij hadden |
| Voi | aveste | Jullie hadden |
| Loro | ebbero | Zij hadden |
Hulpwerkwoord 'Essere'[bewerken | brontekst bewerken]
| Onderwerp | Vervoeging | Dutch |
|---|---|---|
| Io | fui | Ik was |
| Tu | fosti | Jij was |
| Lui/Lei | fu | Hij/Zij was |
| Noi | fummo | Wij waren |
| Voi | foste | Jullie waren |
| Loro | furono | Zij waren |
Nadat je het juiste hulpwerkwoord hebt gekozen en hebt vervoegd, voeg je het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord toe. Let op dat bij het gebruik van essere het voltooid deelwoord moet worden aangepast aan het geslacht en het aantal van het onderwerp.
Voorbeelden van gebruik in zinnen[bewerken | brontekst bewerken]
Hier zijn enkele voorbeelden van de Trapassato Remoto in actie:
| Italiaans | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| Quando arrivai, lui era già partito. | kwando arriˈvai, lui ˈera dʒa parˈtito. | Toen ik aankwam, was hij al vertrokken. |
| Avevo pensato che tu fossi qui. | aˈvevo penˈsato ke tu ˈfossi kwi. | Ik had gedacht dat jij hier was. |
| Dopo che lei ebbe finito, andò a casa. | ˈdopo ke lei ˈebbe fiˈnito, anˈdo a ˈkaza. | Nadat zij klaar was, ging zij naar huis. |
| Quando ci siamo visti, tu eri in ritardo. | kwando tʃi ˈsiamo ˈvisti, tu ˈeri in riˈtardo. | Toen we elkaar zagen, was jij te laat. |
| Loro erano già partiti quando siamo arrivati. | ˈloro ˈerano dʒa parˈtiti kwando ˈsiamo arriˈvati. | Zij waren al vertrokken toen wij aankwamen. |
| Avevo creduto che lui foss un artista. | aˈvevo kreˈduto ke lui ˈfoss un arˈtista. | Ik had gedacht dat hij een kunstenaar was. |
| Quando lui ebbe chiamato, noi eravamo in riunione. | kwando lui ˈebbe kjaˈmato, noi eˈravamo in riuˈnione. | Toen hij belde, waren wij in vergadering. |
| Se tu fosti qui, tutto sarebbe diverso. | se tu ˈfosti kwi, ˈtutto saˈrebbe diˈverso. | Als jij hier was geweest, zou alles anders zijn. |
| Lei era già andata via prima che noi arrivassimo. | lei ˈera dʒa anˈdata ˈvia ˈprima ke noi arriˈvassimo. | Zij was al weggegaan voordat wij aankwamen. |
| Noi fummo felici dopo che lui ebbe vinto. | noi ˈfummo feˈlitʃi ˈdopo ke lui ˈebbe ˈvinto. | Wij waren gelukkig nadat hij had gewonnen. |
Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]
Nu is het tijd om je kennis van de Trapassato Remoto toe te passen! Probeer de volgende oefeningen en kijk of je de juiste vormen kunt gebruiken.
Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]
Vul de lege plekken in met de juiste vorm van de Trapassato Remoto.
1. Quando noi _____ (arrivare), loro _____ (partire).
2. Io _____ (pensare) che tu _____ (essere) qui.
3. Dopo che lei _____ (finire), noi _____ (andare) a casa.
4. Loro _____ (essere) già partiti quando noi _____ (arrivare).
5. Tu _____ (credere) che lui _____ (essere) un artista.
Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]
Vertaal de volgende zinnen naar het Italiaans, gebruikmakend van de Trapassato Remoto.
1. Toen ik aankwam, was hij al vertrokken.
2. Nadat zij klaar was, ging zij naar huis.
3. Ik had gedacht dat jij hier was.
4. Zij waren al vertrokken toen wij aankwamen.
5. Als jij hier was geweest, zou alles anders zijn.
Oefening 3[bewerken | brontekst bewerken]
Zet de volgende zinnen in de Trapassato Remoto.
1. Ik had gegeten voordat ik naar de film ging.
2. Zij hadden het boek gelezen voordat zij naar de les gingen.
3. Wij waren blij toen wij het nieuws hoorden.
4. Hij had het probleem opgelost voordat wij arriveerden.
5. Jij had geklaagd voordat hij arriveerde.
Oefening 4[bewerken | brontekst bewerken]
Vul de juiste hulpwerkwoorden in de volgende zinnen in de verleden tijd.
1. Io _____ (essere) molto felice quando ho vinto.
2. Tu _____ (avere) già finito il lavoro.
3. Noi _____ (essere) in Italia prima di andare in Spagna.
4. Loro _____ (avere) una bella casa prima di trasferirsi.
5. Lei _____ (essere) una grande artista prima di diventare famosa.
Oefening 5[bewerken | brontekst bewerken]
Schrijf een kort verhaal (4-5 zinnen) over iets dat je eerder hebt gedaan en gebruik de Trapassato Remoto.
Oplossingen[bewerken | brontekst bewerken]
Hier zijn de oplossingen voor de oefeningen:
Oplossingen Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]
1. Quando noi arrivammo, loro erano partiti.
2. Io avevo pensato che tu fossi qui.
3. Dopo che lei ebbe finito, noi andammo a casa.
4. Loro erano già partiti quando noi arrivammo.
5. Tu avevi creduto che lui fosse un artista.
Oplossingen Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]
1. Quando sono arrivato, lui era già partito.
2. Dopo che è finita, è andata a casa.
3. Avevo pensato che tu fossi qui.
4. Erano già partiti quando siamo arrivati.
5. Se fossi stato qui, tutto sarebbe diverso.
Oplossingen Oefening 3[bewerken | brontekst bewerken]
1. Avevo mangiato prima di andare al cinema.
2. Avevano letto il libro prima di andare a lezione.
3. Eravamo felici quando abbiamo sentito la notizia.
4. Aveva risolto il problema prima che arrivassimo.
5. Avevi lamentato prima che lui arrivasse.
Oplossingen Oefening 4[bewerken | brontekst bewerken]
1. Io ero molto felice quando ho vinto.
2. Tu avevi già finito il lavoro.
3. Noi eravamo in Italia prima di andare in Spagna.
4. Loro avevano una bella casa prima di trasferirsi.
5. Lei era una grande artista prima di diventare famosa.
Oplossingen Oefening 5[bewerken | brontekst bewerken]
(De antwoorden variëren, hier is een voorbeeld:)
Vorig jaar had ik een reis gemaakt naar Italië. Toen ik aankwam, had ik veel mooie plaatsen bezocht. Ik was erg blij om het Colosseum te zien. Nadat ik het had gezien, ging ik naar een Italiaans restaurant. Het was een geweldige ervaring!
Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]
- Complete 0 tot A1 Italiaanse cursus → Grammatica → Conditionele aanvoegende wijs
- Complete 0 tot A1 cursus → Grammatica → Futuro Semplice
- Complete 0 to A1 Italian Course → Grammatica → Adjectieven en Bijwoorden
- 0 tot A1 Cursus → Grammatica → Condizionale Presente
- Complete 0 tot A1 Italiaanse cursus → Grammatica → Onvoltooid verleden tijd
- Complete cursus 0 tot A1 → Grammatica → Onvoltooid tegenwoordige tijd
- Complete 0 tot A1 Italiaanse Cursus → Grammatica → Italiaans Alfabet
- Complete 0 tot A1 Italiaanse cursus → Grammatica → Eenvoudige verleden tijd Subjunctief
- Complete 0 tot A1 Italiaanse cursus → Grammatica → Trapassato Prossimo
- 0 tot A1 Cursus → Grammatica → Gebiedende wijs
- Complete 0 tot A1 Italiaanse Cursus → Grammatica → Passato Prossimo
- Corso 0-1 → Grammatica → Il Presente Dei Verbi Irregolari
- Complete 0 tot A1 Italiaanse Cursus → Grammatica → Tegenwoordige Tijd van Regelmatige Werkwoorden
- 0 tot A1-cursus → Grammatica → Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden
