Language/Italian/Vocabulary/Work-and-Employment/nl
Հայերէն
Български език
官话
官話
Hrvatski jezik
Český jazyk
Nederlands
English
Suomen kieli
Français
Deutsch
עברית
हिन्दी
Magyar
Bahasa Indonesia
فارسی
日本語
Қазақ тілі
한국어
Lietuvių kalba
Νέα Ελληνικά
Şimali Azərbaycanlılar
Język polski
Português
Limba Română
Русский язык
Српски
Español
العربية القياسية
Svenska
Wikang Tagalog
தமிழ்
ภาษาไทย
Türkçe
Українська мова
Urdu
Tiếng Việt
Inleiding[bewerken | brontekst bewerken]
Welkom bij deze les over Italiaans vocabulaire met betrekking tot werk en werkgelegenheid! Deze les is een belangrijk onderdeel van je reis naar het leren van de Italiaanse taal. Of je nu van plan bent om in Italië te werken, te reizen of gewoon je taalvaardigheden te verbeteren, het begrijpen van deze termen zal je helpen om effectiever te communiceren in een professionele context. In deze les gaan we de belangrijkste woorden en zinnen doornemen die je nodig hebt om over werk en werkgelegenheid te praten.
We zullen beginnen met een overzicht van de belangrijkste vocabulaire, gevolgd door voorbeeldzinnen om de context te verduidelijken. Vervolgens zullen we enkele oefeningen aanbieden om je begrip te testen en te versterken. Dus laten we beginnen!
Belangrijke Vocabulaire[bewerken | brontekst bewerken]
Laten we eerst enkele basiswoorden en zinnen bekijken die je zullen helpen in gesprekken over werk en werkgelegenheid. Hieronder vind je een tabel met 20 veelvoorkomende termen.
| Italiaans | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| il lavoro | il ˈla.vo.ro | het werk |
| il posto di lavoro | il ˈpɔ.sto di laˈvo.ro | de werkplek |
| il datore di lavoro | il daˈto.re di laˈvo.ro | de werkgever |
| il dipendente | il di.penˈden.te | de werknemer |
| la retribuzione | la re.tri.buˈtsjo.ne | het salaris |
| il contratto | il konˈtrat.to | het contract |
| il colloquio | il kolˈlo.kwi.o | het sollicitatiegesprek |
| la posizione | la po.ziˈtsjo.ne | de positie |
| le ferie | le ˈfe.ri.e | de vakanties |
| le responsabilità | le re.spon.sa.bi.liˈta | de verantwoordelijkheden |
| l'orario di lavoro | l.oˈra.rjo di laˈvo.ro | de werktijden |
| l'ufficio | l.uˈfi.tʃo | het kantoor |
| il progetto | il proˈdʒet.to | het project |
| il curriculum vitae | il kurˈri.kul.lum viˈta.e | het cv |
| la promozione | la pro.moˈtsjo.ne | de promotie |
| la pausa pranzo | la ˈpau.za ˈpran.tso | de lunchpauze |
| il stipendio | il stiˈpen.djo | het loon |
| la formazione | la for.maˈtsjo.ne | de opleiding |
| il settore | il setˈto.re | de sector |
| il team | il tim | het team |
Voorbeeldzinnen[bewerken | brontekst bewerken]
Nu we de basisvocabulaire hebben behandeld, laten we kijken naar enkele voorbeeldzinnen waarin deze woorden worden gebruikt. Dit zal je helpen om de woorden in context te begrijpen.
| Italiaans | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| Io lavoro in un ufficio. | jo laˈvo.ro in un uˈfi.tʃo | Ik werk in een kantoor. |
| Il mio datore di lavoro è molto gentile. | il mio daˈto.re di laˈvo.ro ɛ ˈmol.to dʒenˈti.le | Mijn werkgever is erg vriendelijk. |
| Ho un colloquio domani. | ɔ un kolˈlo.kwi.o doˈma.ni | Ik heb morgen een sollicitatiegesprek. |
| Lei è un dipendente modello. | leɪ ɛ un di.penˈden.te moˈdɛl.lo | Zij is een voorbeeldige werknemer. |
| Le ferie sono importanti per il benessere. | le ˈfe.ri.e ˈso.no im.portˈtanti per il beˈnes.se.re | Vakanties zijn belangrijk voor het welzijn. |
| Ho bisogno di un aumento di stipendio. | ɔ biˈzo.ɲo di un auˈmen.to di stiˈpen.djo | Ik heb behoefte aan een loonsverhoging. |
| L'orario di lavoro è flessibile. | l.oˈra.rjo di laˈvo.ro ɛ fleˈsi.bi.le | De werktijden zijn flexibel. |
| Sto cercando un nuovo lavoro. | sto tʃerˈkan.do un ˈnwo.vo laˈvo.ro | Ik ben op zoek naar een nieuwe baan. |
| La formazione è fondamentale per il progresso. | la for.maˈtsjo.ne ɛ fon.daˈmen.ta.le per il proˈɡres.so | Training is essentieel voor vooruitgang. |
| Il mio curriculum vitae è aggiornato. | il mio kurˈri.kul.lum viˈta.e ɛ aʤ.jorˈna.to | Mijn cv is up-to-date. |
Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]
Nu je een basiskennis hebt van het vocabulaire en de zinnen, is het tijd om deze kennis in de praktijk te brengen. Hier zijn 10 oefeningen om je begrip te testen.
Oefening 1: Vertaling[bewerken | brontekst bewerken]
Vertaal de volgende zinnen naar het Italiaans:
1. Ik heb een sollicitatiegesprek.
2. De werkgever is vriendelijk.
Antwoorden:
1. Ho un colloquio.
2. Il datore di lavoro è gentile.
Oefening 2: Vul de leegte in[bewerken | brontekst bewerken]
Vul de lege plekken in met de juiste woorden uit de vocabulaire lijst:
1. Mijn _____ is zeer ervaren.
2. We hebben een _____ voor dit project nodig.
Antwoorden:
1. datore di lavoro
2. team
Oefening 3: Kies het juiste woord[bewerken | brontekst bewerken]
Kies het juiste woord om de zin te voltooien:
1. Ik ben op zoek naar een nieuwe _____.
a) lavoro
b) lavorare
Antwoord: a) lavoro
Oefening 4: Maak een zin[bewerken | brontekst bewerken]
Gebruik de woorden "stipendio" en "aumento" om een zin te maken.
Antwoord: Ho bisogno di un aumento di stipendio.
Oefening 5: Waar is het kantoor?[bewerken | brontekst bewerken]
Vertaal de vraag "Waar is het kantoor?" naar het Italiaans.
Antwoord: Dov'è l'ufficio?
Oefening 6: Synoniemen zoeken[bewerken | brontekst bewerken]
Zoek een synoniem voor "ferie" uit de vocabulaire lijst.
Antwoord: vakantie (geen direct synoniem, maar in context te gebruiken voor dagen vrij)
Oefening 7: Korte antwoorden[bewerken | brontekst bewerken]
Beantwoord de volgende vragen met een kort antwoord:
1. Heb je een contract?
2. Is de werknemer tevreden?
Antwoorden:
1. Sì, ho un contratto.
2. Sì, è soddisfatto.
Oefening 8: Beschrijven[bewerken | brontekst bewerken]
Beschrijf je ideale werkplek met minimaal 3 zinnen in het Italiaans.
Antwoord voorbeeld:
La mia ideale posto di lavoro è tranquillo e ben organizzato. Ho un buon team. L'orario è flessibile.
Oefening 9: Vragen stellen[bewerken | brontekst bewerken]
Stel een vraag in het Italiaans over vakantiedagen.
Antwoord voorbeeld: Quante ferie ho quest'anno?
Oefening 10: Onvoltooid verleden tijd[bewerken | brontekst bewerken]
Vertaal de volgende zin naar het Italiaans in de onvoltooid verleden tijd: "Ik werkte vorige maand veel."
Antwoord: Lavoravo molto il mese scorso.
Conclusie[bewerken | brontekst bewerken]
In deze les hebben we de basis van het Italiaanse vocabulaire met betrekking tot werk en werkgelegenheid behandeld. We hebben belangrijke woorden geleerd, voorbeeldzinnen besproken en oefeningen gedaan om je begrip te testen. Het is essentieel om deze termen te beheersen, zodat je zelfverzekerd kunt communiceren in een professionele omgeving. Blijf oefenen en gebruik deze woorden in je dagelijkse gesprekken. Tot de volgende les!
Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]
- Complete 0 tot A1 Italiaanse cursus → Woordenschat → Begroetingen en introducties
- Complete 0 tot A1 Italiaanse Cursus → Woordenschat → Milieu en Ecologie
- Complete 0 to A1 Cursus → Woordenschat → Muziek en Podiumkunsten
- 0 tot A1-cursus → Woordenschat → Winkelen en Diensten
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Computer en Technologie
- Complete 0 tot A1 Italiaanse cursus → Woordenschat → Mode en Design
- Van 0 tot A1-cursus → Woordenschat → Toerisme en Hospitality
- Complete 0 tot A1 Italiaanse cursus → Woordenschat → Beeldende kunst
- Complete beginnerscursus 0 tot A1 → Woordenschat → Voedsel en Dranken
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Wetenschap en Onderzoek
- Cursus 0 tot A1 → Woordenschat → Familie en Relaties
- Complete 0 to A1 Cursus → Woordenschat → Getallen en Data
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Transport
