Language/Swedish/Vocabulary/Symptoms-and-illnesses/nl

Uit Polyglot Club WIKI
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
This lesson can still be improved. EDIT IT NOW! & become VIP
Rate this lesson:
0.00
(0 stemmen)


Swedish-Language-PolyglotClub.png
Zweeds Woordenschat0 tot A1 CursusSymptomen en ziektes

Welkom bij de les over Symptomen en ziektes in het Zweeds! Dit onderwerp is uiterst belangrijk, vooral als je in een Zweeds sprekend land bent en je jezelf of iemand anders moet beschrijven in termen van gezondheid. Je leert niet alleen enkele veelvoorkomende symptomen en ziektes, maar ook hoe je deze op een duidelijke en begrijpelijke manier kunt beschrijven. Dit zal je helpen om beter te communiceren in verschillende situaties, of je nu bij de dokter bent of gewoon met vrienden praat.

In deze les zullen we het volgende behandelen:

Waarom is het belangrijk?[bewerken | brontekst bewerken]

Het begrijpen van symptomen en ziektes in het Zweeds kan je helpen om je gezondheid te beheren en om te communiceren met medische professionals. Bovendien is het ook een essentieel onderdeel van de alledaagse conversaties. Of je nu een verkoudheid hebt of je gewoon niet lekker voelt, het is cruciaal om de juiste woorden te kennen.

Structuur van de les[bewerken | brontekst bewerken]

In deze les gaan we de volgende stappen doorlopen:

  • Een lijst met veelvoorkomende symptomen en ziektes in het Zweeds
  • Voorbeeldzinnen om deze symptomen te beschrijven
  • Oefeningen om je kennis te testen

Symptomen en ziektes[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we beginnen met een lijst van veelvoorkomende symptomen en ziektes. Deze woorden zijn handig in gesprekssituaties en kunnen je helpen om effectief te communiceren wat je voelt of ervaart. Hieronder vind je een tabel met de woorden, de uitspraak en de Nederlandse vertaling.

Zweeds Uitspraak Nederlands
feber ['feːbɛr] koorts
hosta ['hʊsta] hoest
huvudvärk ['hʉːvʊdˌvɛrk] hoofdpijn
magont ['mɑːgʊnt] buikpijn
ont i halsen [ʊnt i 'hɑːlsɛn] keelpijn
trötthet ['trœtːhɛt] vermoeidheid
snuva ['snyːva] verkoudheid
diarré [dɪaˈreː] diarree
kräkningar ['krɛːkɪnɡar] overgeven
allergi [alˈlɛrɡɪ] allergie
influensa [ɪnflʉˈɛnsa] griep
förkylning [fœrˈʃyːlʲnɪŋ] verkoudheid
astma ['asːma] astma
diabetes [dɪaˈbɛːtɛs] diabetes
hjärtproblem ['jæːrtˌprʊːblɛm] hartproblemen
magbesvär ['mɑːgˌbɛsˌvæːr] maagproblemen
förgiftning [fœrˈjɪftnɪŋ] vergiftiging
stroke [strʊk] beroerte
cancer ['kɑːnsɛr] kanker
infektion [ɪnˈfɛkʃɔn] infectie

Voorbeeldzinnen[bewerken | brontekst bewerken]

Nu we een aantal belangrijke woorden hebben geleerd, laten we kijken naar enkele voorbeeldzinnen die je kunt gebruiken om symptomen te beschrijven.

1. Ik heb koorts.

_Jag har feber._

2. Ik heb hoofdpijn.

_Jag har huvudvärk._

3. Ik voel me moe.

_Jag känner mig trött._

4. Ik heb buikpijn.

_Jag har magont._

5. Ik heb een verkoudheid.

_Jag har snuva._

6. Ik heb keelpijn.

_Jag har ont i halsen._

7. Ik heb diarree.

_Jag har diarré._

8. Ik heb astma.

_Jag har astma._

9. Ik voel me misselijk.

_Jag känner mig illamående._

10. Ik heb allergieën.

_Jag har allergi._

Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we nu wat oefenen! Hier zijn tien oefeningen die je kunnen helpen om de woorden en zinnen die je hebt geleerd toe te passen.

Oefening 1: Vertaal de zinnen[bewerken | brontekst bewerken]

Vertaal de volgende zinnen van het Nederlands naar het Zweeds.

1. Ik heb hoofdpijn.

2. Ik voel me moe.

3. Ik heb een verkoudheid.

Oplossingen:

1. Jag har huvudvärk.

2. Jag känner mig trött.

3. Jag har snuva.

Oefening 2: Vul de lege plekken in[bewerken | brontekst bewerken]

Vul de lege plekken in met de juiste woorden.

1. Jag har ______ (koorts).

2. Jag har ______ (buikpijn).

3. Jag har ______ (griep).

Oplossingen:

1. feber

2. magont

3. influensa

Oefening 3: Maak een vraag[bewerken | brontekst bewerken]

Maak een vraag met de woorden die je hebt geleerd.

Voorbeeld: _Har du feber?_ (Heb je koorts?)

Oplossingen:

1. Har du huvudvärk? (Heb je hoofdpijn?)

2. Har du snuva? (Heb je een verkoudheid?)

3. Har du ont i halsen? (Heb je keelpijn?)

Oefening 4: Korte antwoorden[bewerken | brontekst bewerken]

Beantwoord de volgende vragen met ja of nee.

1. Heb je buikpijn?

2. Heb je astma?

3. Heb je een allergie?

Oplossingen:

1. Ja, jag har magont. (Ja, ik heb buikpijn.)

2. Nej, jag har inte astma. (Nee, ik heb geen astma.)

3. Ja, jag har allergi. (Ja, ik heb allergieën.)

Oefening 5: Beschrijf je symptomen[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf een korte beschrijving van hoe je je voelt met behulp van de nieuwe woorden.

Oplossingen: (Bijvoorbeeld)

Jag har feber och huvudvärk. Jag känner mig trött. (Ik heb koorts en hoofdpijn. Ik voel me moe.)

Oefening 6: Match de symptomen[bewerken | brontekst bewerken]

Match de symptomen met hun vertalingen.

1. feber

2. hosta

3. trötthet

Oplossingen:

1. koorts

2. hoest

3. vermoeidheid

Oefening 7: Wat is het?[bewerken | brontekst bewerken]

Kies het juiste woord voor de symptomen.

1. Ik heb ______ (diarree).

2. Ik heb ______ (overgeven).

Oplossingen:

1. diarré

2. kräkningar

Oefening 8: Vragen stellen[bewerken | brontekst bewerken]

Stel een vraag over symptomen aan je partner.

Oplossingen: (Bijvoorbeeld)

Har du ont i halsen? (Heb je keelpijn?)

Oefening 9: Lijst met symptomen[bewerken | brontekst bewerken]

Maak een lijst van vijf symptomen die je hebt geleerd.

Oplossingen: (Bijvoorbeeld)

1. feber

2. huvudvärk

3. snuva

4. magont

5. trötthet

Oefening 10: Rolspel[bewerken | brontekst bewerken]

Speel een situatie na waar je naar de dokter gaat en je symptomen beschrijft.

Oplossingen: (Bijvoorbeeld)

Dokter: Vad är problemet?

Jij: Jag har feber och ont i halsen. (Dokter: Wat is het probleem? Jij: Ik heb koorts en keelpijn.)

Met deze oefeningen heb je nu een goede basis om symptomen en ziektes in het Zweeds te begrijpen en te beschrijven. Blijf oefenen, en je zult zien dat je steeds zekerder wordt in je Zweeds!


Sjabloon:Swedish-Page-Bottom

Contributors

Maintenance script


Create a new Lesson