Language/Thai/Vocabulary/Time-Expressions/nl
Հայերէն
Български език
官话
官話
Hrvatski jezik
Český jazyk
Nederlands
English
Suomen kieli
Français
Deutsch
עברית
हिन्दी
Magyar
Bahasa Indonesia
فارسی
Italiano
日本語
Қазақ тілі
한국어
Lietuvių kalba
Νέα Ελληνικά
Şimali Azərbaycanlılar
Język polski
Português
Limba Română
Русский язык
Српски
Español
العربية القياسية
Svenska
Wikang Tagalog
தமிழ்
Türkçe
Українська мова
Urdu
Tiếng Việt
Introductie[bewerken | brontekst bewerken]
Welkom bij de les over tijduitdrukkingen in het Thais! Het begrijpen van tijd is cruciaal in elke taal, en zeker in het Thais, waar het gebruik van tijd en timing in gesprekken een belangrijke rol speelt. In deze les gaan we leren hoe je de tijd kunt aangeven, hoe je over je schema's kunt praten en hoe je dagelijkse activiteiten kunt plannen. Dit zal niet alleen helpen bij het communiceren, maar ook bij het begrijpen van de cultuur en sociale interacties in Thailand.
In deze les zullen we de volgende onderwerpen behandelen:
- Hoe je de tijd in het Thais zegt
- Belangrijke tijduitdrukkingen
- Voorbeelden in zinnen
- Oefeningen om je kennis te testen
Laten we beginnen!
Basis van Tijduitdrukkingen[bewerken | brontekst bewerken]
In het Thais hebben we verschillende manieren om over tijd te praten. Dit omvat het aangeven van uren, minuten, en het gebruik van woorden zoals "vandaag", "morgen", "gisteren", enzovoort. Laten we enkele basiswoorden en -zinnen bekijken.
Uren en minuten[bewerken | brontekst bewerken]
In het Thais wordt de tijd meestal als volgt weergegeven:
- Uren worden aangegeven met het woord "นาฬิกา" (naalika) dat "klok" betekent.
- Minuten worden vaak gewoon als getallen genoemd.
Hieronder vind je een tabel met de basisuren en de bijbehorende uitspraak en vertaling.
| Thai | Pronunciation | Dutch |
|---|---|---|
| 1 นาฬิกา | nuː nàːlíkā | 1 uur |
| 2 นาฬิกา | sǔː nàːlíkā | 2 uur |
| 3 นาฬิกา | sàːm nàːlíkā | 3 uur |
| 4 นาฬิกา | sìː nàːlíkā | 4 uur |
| 5 นาฬิกา | hâa nàːlíkā | 5 uur |
| 6 นาฬิกา | hòk nàːlíkā | 6 uur |
| 7 นาฬิกา | jèt nàːlíkā | 7 uur |
| 8 นาฬิกา | bpaàt nàːlíkā | 8 uur |
| 9 นาฬิกา | gào nàːlíkā | 9 uur |
| 10 นาฬิกา | sìp nàːlíkā | 10 uur |
En voor de minuten:
| Thai | Pronunciation | Dutch |
|---|---|---|
| 1 นาที | nàːtʰii | 1 minuut |
| 2 นาที | sǔː nàːtʰii | 2 minuten |
| 3 นาที | sàːm nàːtʰii | 3 minuten |
| 10 นาที | sìp nàːtʰii | 10 minuten |
| 30 นาที | sàːm sìp nàːtʰii | 30 minuten |
Belangrijke Tijduitdrukkingen[bewerken | brontekst bewerken]
Naast het aangeven van de exacte tijd, zijn er ook veel belangrijke tijduitdrukkingen die je moet kennen. Hier zijn enkele voorbeelden:
| Thai | Pronunciation | Dutch |
|---|---|---|
| ตอนเช้า | tɔːn cháo | Vroeg in de morgen |
| ตอนบ่าย | tɔːn bàːy | 's Middags |
| ตอนเย็น | tɔːn yen | 's Avonds |
| ตอนดึก | tɔːn dʉ̀k | Laat in de nacht |
| วันนี้ | wan níi | Vandaag |
| พรุ่งนี้ | phrûng níi | Morgen |
| เมื่อวาน | mɯ̂a wan | Gisteren |
| สัปดาห์นี้ | sàp dāa níi | Deze week |
| เดือนนี้ | dʉ̄an níi | Deze maand |
| ปีนี้ | pii níi | Dit jaar |
Voorbeelden in Zinnen[bewerken | brontekst bewerken]
Laten we nu enkele voorbeelden bekijken van hoe je deze woorden en uitdrukkingen in zinnen kunt gebruiken.
Voorbeeldzinnen[bewerken | brontekst bewerken]
Hier zijn enkele voorbeeldzinnen met tijduitdrukkingen:
| Thai | Pronunciation | Dutch |
|---|---|---|
| ตอนเช้าฉันตื่นนอน | tɔːn cháo chán tʉ̀ʉn nɔ̄n | 's Ochtends word ik wakker |
| เราจะไปตลาดตอนบ่าย | rao jà bpai talàːt tɔːn bàːy | We gaan naar de markt in de middag |
| เขาจะมาที่นี่ตอนเย็น | khǎo jà maa tîi níi tɔːn yen | Hij komt hier in de avond |
| ฉันมีประชุมตอนดึก | chán mii bpràchum tɔːn dʉ̀k | Ik heb een vergadering laat in de nacht |
| วันนี้ฉันไม่ว่าง | wan níi chán mâi wâang | Vandaag heb ik geen tijd |
| พรุ่งนี้เราจะเริ่มเรียน | phrûng níi rao jà rɯ̂ɯm rian | Morgen beginnen we met leren |
| เมื่อวานฉันไปเที่ยว | mɯ̂a wan chán bpai tîaw | Gisteren ben ik op reis geweest |
| สัปดาห์นี้ฉันจะทำงานหนัก | sàp dāa níi chán jà tham ngaan nàk | Deze week ga ik hard werken |
| เดือนนี้ฉันจะไปเมืองไทย | dʉ̄an níi chán jà bpai mɯ̄ang thái | Deze maand ga ik naar Thailand |
| ปีนี้เราจะไปเที่ยวที่ภูเก็ต | pii níi rao jà bpai tîaw tîi phúkèt | Dit jaar gaan we naar Phuket |
Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]
Nu je bekend bent met de tijduitdrukkingen in het Thais, laten we wat oefeningen doen om te zien hoe goed je het hebt begrepen!
Oefening 1: Vul de lege plekken in[bewerken | brontekst bewerken]
Vul de lege plekken in met de juiste tijduitdrukking.
1. ________ ฉันจะไปเรียนที่มหาวิทยาลัย (Vandaag)
2. เราจะไปตลาด ________ (Morgen)
3. ฉันจะทำการบ้าน ________ (Gisteren)
4. ________ เขามาที่บ้านเรา (Vroeg in de morgen)
5. ________ ฉันต้องทำงาน (Dit jaar)
Oplossingen Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]
1. วันนี้
2. พรุ่งนี้
3. เมื่อวาน
4. ตอนเช้า
5. ปีนี้
Oefening 2: Maak zinnen[bewerken | brontekst bewerken]
Maak zinnen met de gegeven tijduitdrukkingen.
1. ตอนบ่าย
2. เดือนนี้
3. สัปดาห์นี้
4. พรุ่งนี้
5. ตอนดึก
Oplossingen Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]
1. Ik ga naar het park 's middags.
2. Ik ga naar de sportschool deze maand.
3. Ik heb veel werk te doen deze week.
4. We gaan uit eten morgen.
5. Ik kijk een film laat in de nacht.
Oefening 3: Luister en herhaal[bewerken | brontekst bewerken]
Luister naar de uitspraak van deze tijduitdrukkingen en herhaal ze hardop.
1. นาฬิกา
2. นาที
3. ตอนเช้า
4. วันนี้
5. พรุ่งนี้
Oefening 4: Vertaal de zinnen[bewerken | brontekst bewerken]
Vertaal de volgende zinnen naar het Thais.
1. Ik heb geen tijd vandaag.
2. Morgen ga ik naar de markt.
3. Gisteren was ik druk.
4. We hebben een vergadering vanavond.
5. Dit jaar ga ik naar Thailand.
Oplossingen Oefening 4[bewerken | brontekst bewerken]
1. วันนี้ฉันไม่มีเวลา
2. พรุ่งนี้ฉันจะไปตลาด
3. เมื่อวานฉันยุ่ง
4. เรามีประชุมตอนเย็น
5. ปีนี้ฉันจะไปเมืองไทย
Oefening 5: Vragen stellen[bewerken | brontekst bewerken]
Stel vragen aan je medestudenten over hun plannen met behulp van tijduitdrukkingen.
1. Wat ga je doen vandaag?
2. Heb je plannen voor morgen?
3. Wat deed je gisteren?
4. Wanneer heb je tijd om af te spreken deze week?
5. Hoe laat kom je naar het feestje vanavond?
Oefening 6: Tijd aangeven[bewerken | brontekst bewerken]
Vraag je medestudenten naar de tijd en geef ze vervolgens de juiste tijduitdrukking.
1. Hoe laat is het?
2. Wat is je favoriete tijd om te studeren?
3. Hoe laat ga je naar bed vanavond?
4. Wat doe je meestal 's middags?
5. Hoe laat begint je favoriete programma vandaag?
Oefening 7: Match de tijduitdrukkingen[bewerken | brontekst bewerken]
Koppel de tijduitdrukkingen aan de juiste vertalingen.
1. ตอนเช้า
2. พรุ่งนี้
3. เดือนนี้
4. สัปดาห์นี้
5. ปีนี้
a. Deze maand
b. Morgen
c. Vroeg in de morgen
d. Deze week
e. Dit jaar
Oplossingen Oefening 7[bewerken | brontekst bewerken]
1 - c
2 - b
3 - a
4 - d
5 - e
Oefening 8: Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]
Schrijf een korte beschrijving van je dagelijkse routine met tijduitdrukkingen.
Oefening 9: Dialoog oefenen[bewerken | brontekst bewerken]
Oefen een dialoog met een partner waarbij je elkaar vragen stelt over tijd en plannen.
Oefening 10: Reflectie[bewerken | brontekst bewerken]
Schrijf een korte reflectie over wat je vandaag hebt geleerd en hoe je dit in de toekomst gaat gebruiken.
Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]
- Complete 0 tot A1 Thai Cursus → Woordenschat → Ordinale Getallen
- Complete 0 to A1 Thai Course → Woordenschat → Telefoonnummers
- Count from 1 to 10
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Vragen naar Naam en Nationaliteit
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Hallo Zeggen
- Complete 0 tot A1 Thai Course → Woordenschat → Cijfers 1-10
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Getallen 11-100
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Dagelijkse Routine
- Complete 0 tot A1 cursus → Woordenschat → Familieleden voorstellen
