Language/Thai/Vocabulary/Numbers-11-100/nl

Uit Polyglot Club WIKI
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
This lesson can still be improved. EDIT IT NOW! & become VIP
Rate this lesson:
0.00
(0 stemmen)


Thai-Language-PolyglotClub.png
Thais Woordenschat0 tot A1 CursusNummers 11-100

In deze les gaan we ons verdiepen in een belangrijk onderwerp binnen de Thaise taal: de getallen van 11 tot 100. Getallen zijn essentieel voor allerlei dagelijkse situaties, zoals winkelen, telefoneren of het aangeven van de tijd. Het correct kunnen tellen in het Thais is dus een vaardigheid die je zeker zult gebruiken! We zullen niet alleen leren hoe je deze getallen kunt uitspreken, maar ook hoe ze in context worden gebruikt.

Onze les zal er als volgt uitzien:

  • Introductie van de getallen 11 tot 100
  • Uitleg en voorbeelden van elk getal
  • Oefeningen om je kennis te testen
  • Conclusie en samenvatting

Introductie van de getallen 11 tot 100[bewerken | brontekst bewerken]

Het tellen in het Thais kan in het begin wat verwarrend lijken, vooral als je gewend bent aan andere talen. De getallen 11 tot 20 hebben hun eigen namen, en daarna volgen ze een vrij logisch patroon. We beginnen eerst met de getallen 11 tot 20, waarna we doorgaan naar de tientallen, tot 100.

Uitleg en voorbeelden van elk getal[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we eerst kijken naar de getallen van 11 tot 20. Deze zijn uniek en hebben specifieke namen. Hieronder vind je een tabel die deze getallen weergeeft:

Thai Uitspraak Nederlands
11 สิบเอ็ด (sìp èt) elf
12 สิบสอง (sìp sŏng) twaalf
13 สิบสาม (sìp sǎam) dertien
14 สิบสี่ (sìp sìi) veertien
15 สิบห้า (sìp hâa) vijftien
16 สิบหก (sìp hòk) zestien
17 สิบเจ็ด (sìp jèt) zeventien
18 สิบแปด (sìp pàet) achttien
19 สิบเก้า (sìp gâo) negentien
20 ยี่สิบ (jîi sìp) twintig

Nu we de getallen van 11 tot 20 hebben behandeld, laten we verder gaan met de tientallen. De tientallen in het Thais zijn ook vrij eenvoudig. Hier is een tabel met de tientallen:

Thai Uitspraak Nederlands
30 สามสิบ (sǎam sìp) dertig
40 สี่สิบ (sìi sìp) veertig
50 ห้าสิบ (hâa sìp) vijftig
60 หกสิบ (hòk sìp) zestig
70 เจ็ดสิบ (jèt sìp) zeventig
80 แปดสิบ (pàet sìp) tachtig
90 เก้าสิบ (gâo sìp) negentig
100 หนึ่งร้อย (nùeng rɔ́ɔi) honderd

Getallen van 21 tot 99[bewerken | brontekst bewerken]

Voor de getallen van 21 tot 99 gebruiken we een combinatie van de tientallen en de eenheden. Bijvoorbeeld, om 21 te zeggen, combineer je "twee" met "twintig": ยี่สิบหนึ่ง (jîi sìp nùeng). Hier zijn enkele voorbeelden:

Thai Uitspraak Nederlands
21 ยี่สิบเอ็ด (jîi sìp èt) eenentwintig
22 ยี่สิบสอง (jîi sìp sŏng) tweeëntwintig
23 ยี่สิบสาม (jîi sìp sǎam) drieëntwintig
24 ยี่สิบสี่ (jîi sìp sìi) vierentwintig
25 ยี่สิบห้า (jîi sìp hâa) vijfentwintig
26 ยี่สิบหก (jîi sìp hòk) zesentwintig
27 ยี่สิบเจ็ด (jîi sìp jèt) zevenentwintig
28 ยี่สิบแปด (jîi sìp pàet) achtentwintig
29 ยี่สิบเก้า (jîi sìp gâo) negenentwintig
31 สามสิบเอ็ด (sǎam sìp èt) eenendertig
32 สามสิบสอง (sǎam sìp sŏng) tweeëndertig
33 สามสิบสาม (sǎam sìp sǎam) drieëndertig
40 สี่สิบ (sìi sìp) veertig
50 ห้าสิบ (hâa sìp) vijftig
60 หกสิบ (hòk sìp) zestig
70 เจ็ดสิบ (jèt sìp) zeventig
80 แปดสิบ (pàet sìp) tachtig
90 เก้าสิบ (gâo sìp) negentig

Het patroon is duidelijk: je zegt eerst het tiental, gevolgd door de eenheid. Dit maakt het makkelijk om te onthouden!

Oefeningen om je kennis te testen[bewerken | brontekst bewerken]

Nu we de getallen hebben geleerd, is het tijd om te oefenen. Hier zijn enkele oefeningen die je kunnen helpen om je vaardigheden te verbeteren:

Oefening 1: Vul de lege plekken in[bewerken | brontekst bewerken]

1. 11 = ______

2. 16 = ______

3. 22 = ______

4. 35 = ______

5. 48 = ______

Antwoorden:

1. สิบเอ็ด (sìp èt)

2. สิบหก (sìp hòk)

3. ยี่สิบสอง (jîi sìp sŏng)

4. สามสิบห้า (sǎam sìp hâa)

5. สี่สิบแปด (sìi sìp pàet)

Oefening 2: Vertaal naar het Thais[bewerken | brontekst bewerken]

1. 27 = ______

2. 50 = ______

3. 14 = ______

4. 83 = ______

5. 99 = ______

Antwoorden:

1. ยี่สิบเจ็ด (jîi sìp jèt)

2. ห้าสิบ (hâa sìp)

3. สิบสี่ (sìp sìi)

4. แปดสิบสาม (pàet sìp sǎam)

5. เก้าสิบเก้า (gâo sìp gâo)

Oefening 3: Schrijf de getallen in cijfers[bewerken | brontekst bewerken]

1. สิบแปด = ______

2. สามสิบห้า = ______

3. ยี่สิบเจ็ด = ______

4. หกสิบ = ______

5. สี่สิบสอง = ______

Antwoorden:

1. 18

2. 35

3. 27

4. 60

5. 42

Oefening 4: Kies het juiste getal[bewerken | brontekst bewerken]

Wat is twintig in het Thais?

  • a) สิบ (sìp)
  • b) ยี่สิบ (jîi sìp)
  • c) สี่สิบ (sìi sìp)

Antwoord: b) ยี่สิบ (jîi sìp)

Oefening 5: Vul in de zin[bewerken | brontekst bewerken]

Ik heb ______ appels (22).

Antwoord: ยี่สิบสอง (jîi sìp sŏng)

Conclusie en samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]

Nu je de getallen van 11 tot 100 in het Thais hebt geleerd, ben je goed voorbereid om ze in je dagelijkse leven te gebruiken. Of je nu winkelt, vrienden ontmoet of je dag plant, deze getallen zullen je helpen communiceren. Oefen regelmatig, en je zult merken dat je snelheid en vertrouwen toenemen.

Met deze kennis kun je verder gaan met de volgende lessen in ons cursusprogramma. Vergeet niet om te blijven oefenen met de getallen, want oefening baart kunst!


Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]


Contributors

Maintenance script


Create a new Lesson