Language/Thai/Vocabulary/Numbers-11-100/nl
Հայերէն
Български език
官话
官話
Hrvatski jezik
Český jazyk
Nederlands
English
Suomen kieli
Français
Deutsch
עברית
हिन्दी
Magyar
Bahasa Indonesia
فارسی
Italiano
日本語
Қазақ тілі
한국어
Lietuvių kalba
Νέα Ελληνικά
Şimali Azərbaycanlılar
Język polski
Português
Limba Română
Русский язык
Српски
Español
العربية القياسية
Svenska
Wikang Tagalog
தமிழ்
Türkçe
Українська мова
Urdu
Tiếng Việt
In deze les gaan we ons verdiepen in een belangrijk onderwerp binnen de Thaise taal: de getallen van 11 tot 100. Getallen zijn essentieel voor allerlei dagelijkse situaties, zoals winkelen, telefoneren of het aangeven van de tijd. Het correct kunnen tellen in het Thais is dus een vaardigheid die je zeker zult gebruiken! We zullen niet alleen leren hoe je deze getallen kunt uitspreken, maar ook hoe ze in context worden gebruikt.
Onze les zal er als volgt uitzien:
- Introductie van de getallen 11 tot 100
- Uitleg en voorbeelden van elk getal
- Oefeningen om je kennis te testen
- Conclusie en samenvatting
Introductie van de getallen 11 tot 100[bewerken | brontekst bewerken]
Het tellen in het Thais kan in het begin wat verwarrend lijken, vooral als je gewend bent aan andere talen. De getallen 11 tot 20 hebben hun eigen namen, en daarna volgen ze een vrij logisch patroon. We beginnen eerst met de getallen 11 tot 20, waarna we doorgaan naar de tientallen, tot 100.
Uitleg en voorbeelden van elk getal[bewerken | brontekst bewerken]
Laten we eerst kijken naar de getallen van 11 tot 20. Deze zijn uniek en hebben specifieke namen. Hieronder vind je een tabel die deze getallen weergeeft:
| Thai | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| 11 | สิบเอ็ด (sìp èt) | elf |
| 12 | สิบสอง (sìp sŏng) | twaalf |
| 13 | สิบสาม (sìp sǎam) | dertien |
| 14 | สิบสี่ (sìp sìi) | veertien |
| 15 | สิบห้า (sìp hâa) | vijftien |
| 16 | สิบหก (sìp hòk) | zestien |
| 17 | สิบเจ็ด (sìp jèt) | zeventien |
| 18 | สิบแปด (sìp pàet) | achttien |
| 19 | สิบเก้า (sìp gâo) | negentien |
| 20 | ยี่สิบ (jîi sìp) | twintig |
Nu we de getallen van 11 tot 20 hebben behandeld, laten we verder gaan met de tientallen. De tientallen in het Thais zijn ook vrij eenvoudig. Hier is een tabel met de tientallen:
| Thai | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| 30 | สามสิบ (sǎam sìp) | dertig |
| 40 | สี่สิบ (sìi sìp) | veertig |
| 50 | ห้าสิบ (hâa sìp) | vijftig |
| 60 | หกสิบ (hòk sìp) | zestig |
| 70 | เจ็ดสิบ (jèt sìp) | zeventig |
| 80 | แปดสิบ (pàet sìp) | tachtig |
| 90 | เก้าสิบ (gâo sìp) | negentig |
| 100 | หนึ่งร้อย (nùeng rɔ́ɔi) | honderd |
Getallen van 21 tot 99[bewerken | brontekst bewerken]
Voor de getallen van 21 tot 99 gebruiken we een combinatie van de tientallen en de eenheden. Bijvoorbeeld, om 21 te zeggen, combineer je "twee" met "twintig": ยี่สิบหนึ่ง (jîi sìp nùeng). Hier zijn enkele voorbeelden:
| Thai | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| 21 | ยี่สิบเอ็ด (jîi sìp èt) | eenentwintig |
| 22 | ยี่สิบสอง (jîi sìp sŏng) | tweeëntwintig |
| 23 | ยี่สิบสาม (jîi sìp sǎam) | drieëntwintig |
| 24 | ยี่สิบสี่ (jîi sìp sìi) | vierentwintig |
| 25 | ยี่สิบห้า (jîi sìp hâa) | vijfentwintig |
| 26 | ยี่สิบหก (jîi sìp hòk) | zesentwintig |
| 27 | ยี่สิบเจ็ด (jîi sìp jèt) | zevenentwintig |
| 28 | ยี่สิบแปด (jîi sìp pàet) | achtentwintig |
| 29 | ยี่สิบเก้า (jîi sìp gâo) | negenentwintig |
| 31 | สามสิบเอ็ด (sǎam sìp èt) | eenendertig |
| 32 | สามสิบสอง (sǎam sìp sŏng) | tweeëndertig |
| 33 | สามสิบสาม (sǎam sìp sǎam) | drieëndertig |
| 40 | สี่สิบ (sìi sìp) | veertig |
| 50 | ห้าสิบ (hâa sìp) | vijftig |
| 60 | หกสิบ (hòk sìp) | zestig |
| 70 | เจ็ดสิบ (jèt sìp) | zeventig |
| 80 | แปดสิบ (pàet sìp) | tachtig |
| 90 | เก้าสิบ (gâo sìp) | negentig |
Het patroon is duidelijk: je zegt eerst het tiental, gevolgd door de eenheid. Dit maakt het makkelijk om te onthouden!
Oefeningen om je kennis te testen[bewerken | brontekst bewerken]
Nu we de getallen hebben geleerd, is het tijd om te oefenen. Hier zijn enkele oefeningen die je kunnen helpen om je vaardigheden te verbeteren:
Oefening 1: Vul de lege plekken in[bewerken | brontekst bewerken]
1. 11 = ______
2. 16 = ______
3. 22 = ______
4. 35 = ______
5. 48 = ______
Antwoorden:
1. สิบเอ็ด (sìp èt)
2. สิบหก (sìp hòk)
3. ยี่สิบสอง (jîi sìp sŏng)
4. สามสิบห้า (sǎam sìp hâa)
5. สี่สิบแปด (sìi sìp pàet)
Oefening 2: Vertaal naar het Thais[bewerken | brontekst bewerken]
1. 27 = ______
2. 50 = ______
3. 14 = ______
4. 83 = ______
5. 99 = ______
Antwoorden:
1. ยี่สิบเจ็ด (jîi sìp jèt)
2. ห้าสิบ (hâa sìp)
3. สิบสี่ (sìp sìi)
4. แปดสิบสาม (pàet sìp sǎam)
5. เก้าสิบเก้า (gâo sìp gâo)
Oefening 3: Schrijf de getallen in cijfers[bewerken | brontekst bewerken]
1. สิบแปด = ______
2. สามสิบห้า = ______
3. ยี่สิบเจ็ด = ______
4. หกสิบ = ______
5. สี่สิบสอง = ______
Antwoorden:
1. 18
2. 35
3. 27
4. 60
5. 42
Oefening 4: Kies het juiste getal[bewerken | brontekst bewerken]
Wat is twintig in het Thais?
- a) สิบ (sìp)
- b) ยี่สิบ (jîi sìp)
- c) สี่สิบ (sìi sìp)
Antwoord: b) ยี่สิบ (jîi sìp)
Oefening 5: Vul in de zin[bewerken | brontekst bewerken]
Ik heb ______ appels (22).
Antwoord: ยี่สิบสอง (jîi sìp sŏng)
Conclusie en samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]
Nu je de getallen van 11 tot 100 in het Thais hebt geleerd, ben je goed voorbereid om ze in je dagelijkse leven te gebruiken. Of je nu winkelt, vrienden ontmoet of je dag plant, deze getallen zullen je helpen communiceren. Oefen regelmatig, en je zult merken dat je snelheid en vertrouwen toenemen.
Met deze kennis kun je verder gaan met de volgende lessen in ons cursusprogramma. Vergeet niet om te blijven oefenen met de getallen, want oefening baart kunst!
Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Hallo Zeggen
- Count from 1 to 10
- Complete 0 tot A1 cursus → Woordenschat → Familieleden voorstellen
- Complete 0 tot A1 Thai Course → Woordenschat → Cijfers 1-10
- 0 tot A1 Cursus → Woordenschat → Vragen naar Naam en Nationaliteit
