Language/Vietnamese/Grammar/Present-Tense-Verbs/nl
Հայերէն
Български език
官话
官話
Hrvatski jezik
Český jazyk
Nederlands
English
Suomen kieli
Français
Deutsch
עברית
हिन्दी
Magyar
Bahasa Indonesia
فارسی
Italiano
日本語
Қазақ тілі
한국어
Lietuvių kalba
Νέα Ελληνικά
Şimali Azərbaycanlılar
Język polski
Português
Limba Română
Русский язык
Српски
Español
العربية القياسية
Svenska
Wikang Tagalog
தமிழ்
ภาษาไทย
Türkçe
Українська мова
Urdu
Inleiding[bewerken | brontekst bewerken]
Welkom bij onze les over Tegenwoordige Tijd Werkwoorden in het Vietnamees! Deze tijd is essentieel voor elke beginner die de Vietnamese taal wil leren, omdat het ons in staat stelt om eenvoudige uitspraken over het heden te doen. In deze les gaan we ontdekken hoe we werkwoorden in de tegenwoordige tijd gebruiken, wat cruciaal is voor dagelijkse conversaties. We zullen de structuur van deze les volgen, bestaande uit voorbeelden, oefeningen en veel kansen om te oefenen. Laten we beginnen!
Het belang van de tegenwoordige tijd[bewerken | brontekst bewerken]
De tegenwoordige tijd is de basis van elke taal, en in het Vietnamees is dit niet anders. Het stelt ons in staat om:
- Acties die op dit moment plaatsvinden te beschrijven.
- Gewoonten en routines te bespreken.
- Feiten en waarheden uit te drukken.
Door de tegenwoordige tijd goed te beheersen, kun je eenvoudig je gedachten delen en met anderen communiceren. Laten we nu kijken naar de structuur van de tegenwoordige tijd in het Vietnamees.
Structuur van de tegenwoordige tijd[bewerken | brontekst bewerken]
In het Vietnamees is de basisvorm van het werkwoord vaak gelijk aan de stam van het werkwoord. Er zijn echter enkele belangrijke punten om te onthouden:
1. Werkwoordstam: De stam van het werkwoord blijft meestal onveranderd.
2. Persoon: De werkwoordsvorm verandert niet afhankelijk van het onderwerp, zoals in het Nederlands.
3. Bijwoorden: Vaak worden bijwoorden gebruikt om aan te geven wanneer de actie plaatsvindt.
Hieronder volgt een tabel met enkele veelvoorkomende Vietnamees werkwoorden in de tegenwoordige tijd.
| Vietnamees | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| ăn | ʔān | eten |
| uống | ʔuəŋ | drinken |
| đi | diː | gaan |
| làm | zæm | doen |
| ngủ | ŋuː | slapen |
| chơi | tʃɤi | spelen |
| học | hɔk | leren |
| nói | nɔj | spreken |
| viết | viət | schrijven |
| đọc | dɔk | lezen |
Voorbeelden van zinnen in de tegenwoordige tijd[bewerken | brontekst bewerken]
Hier zijn 20 voorbeelden van zinnen in de tegenwoordige tijd in het Vietnamees, met hun uitspraak en vertaling naar het Nederlands.
| Vietnamees | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| Tôi ăn cơm. | toj ʔān kɤm | Ik eet rijst. |
| Anh uống nước. | ʔaɲ ʔuəŋ nɨək | Jij drinkt water. |
| Chúng tôi đi học. | tʃuŋ toj diː hɔk | Wij gaan naar school. |
| Cô ấy làm việc. | kɔ ʔaɪ zæm viɛk | Zij werkt. |
| Tôi ngủ sớm. | toj ŋuː sɤːm | Ik slaap vroeg. |
| Bạn chơi thể thao. | bæn tʃɤi tʰɛː tʰaːo | Jij speelt sport. |
| Họ học tiếng Anh. | hɔ hɔk tʰiəŋ ʔaɲ | Zij leren Engels. |
| Tôi nói tiếng Việt. | toj nɔj tʰiəŋ vjɛt | Ik spreek Vietnamees. |
| Anh viết thư. | ʔaɲ viət tʰɨ | Jij schrijft een brief. |
| Cô ấy đọc sách. | kɔ ʔaɪ dɔk sæk | Zij leest een boek. |
| Tôi ăn trái cây. | toj ʔān tʃaɪ kɛ | Ik eet fruit. |
| Anh uống trà. | ʔaɲ ʔuəŋ tʃa | Jij drinkt thee. |
| Chúng tôi đi bộ. | tʃuŋ toj diː bɔ | Wij lopen. |
| Cô ấy làm bài tập. | kɔ ʔaɪ zæm bɑːj tʰɛp | Zij maakt huiswerk. |
| Tôi ngủ trên giường. | toj ŋuː tʃɛn zɨəŋ | Ik slaap op het bed. |
| Bạn chơi game. | bæn tʃɤi ɡɛm | Jij speelt een spel. |
| Họ học lịch sử. | hɔ hɔk lɪk sɨ | Zij leren geschiedenis. |
| Tôi nói chuyện. | toj nɔj tʃʷiən | Ik praat. |
| Anh viết nhật ký. | ʔaɲ viət ɲɨət ki | Jij schrijft een dagboek. |
| Cô ấy đọc báo. | kɔ ʔaɪ dɔk bɑːʊ | Zij leest de krant. |
Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]
Nu we de basis van de tegenwoordige tijd hebben behandeld, is het tijd om te oefenen! Hieronder vind je 10 oefeningen om je kennis te testen en te verbeteren.
Oefening 1: Vul de lege plekken in[bewerken | brontekst bewerken]
Vul de lege plekken in met de juiste werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd.
1. Tôi ______ (mang) trái cây. (eten)
2. Cô ấy ______ (đi) bộ. (lopen)
3. Họ ______ (uống) nước. (drinken)
Oefening 2: Vertaal naar het Vietnamees[bewerken | brontekst bewerken]
Vertaal de volgende zinnen naar het Vietnamees.
1. Jij leest een boek.
2. Wij spelen sport.
3. Ik drink thee.
Oefening 3: Maak zinnen[bewerken | brontekst bewerken]
Maak zinnen met de gegeven werkwoorden.
1. (học) - Wij
2. (nói) - Jij
3. (chơi) - Hij
Oefening 4: Vervolledig de zin[bewerken | brontekst bewerken]
Vervolledig de zin met een passend bijwoord.
1. Cô ấy ______ (ngủ) ______. (vroeg)
2. Tôi ______ (đọc) ______. (hardop)
3. Họ ______ (làm) ______. (snel)
Oefening 5: Herken de tijd[bewerken | brontekst bewerken]
Identificeer de tijd van de volgende zinnen.
1. Tôi viết thư.
2. Anh ăn cơm.
3. Họ đi học.
Oefening 6: Oefen met uitspraak[bewerken | brontekst bewerken]
Oefen de uitspraak van de volgende werkwoorden. Schrijf ze op en lees ze hardop.
1. ăn
2. uống
3. ngủ
Oefening 7: Dialogen maken[bewerken | brontekst bewerken]
Maak een kort dialoog met een vriend over wat jullie vandaag doen.
Oefening 8: Vul de juiste vorm in[bewerken | brontekst bewerken]
Vul de juiste vorm van het werkwoord in.
1. Tôi ______ (học) tiếng Việt.
2. Cô ấy ______ (đi) chợ.
3. Họ ______ (uống) nước.
Oefening 9: Maak een lijst[bewerken | brontekst bewerken]
Maak een lijst van vijf dingen die je dagelijks doet in het Vietnamees.
Oefening 10: Schrijf een kort verhaal[bewerken | brontekst bewerken]
Schrijf een kort verhaal van vijf zinnen over wat je vandaag hebt gedaan, gebruik de tegenwoordige tijd.
Oplossingen[bewerken | brontekst bewerken]
Hier zijn de oplossingen voor de oefeningen. Gebruik deze om je antwoorden te controleren en je begrip te verdiepen.
Oplossingen Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]
1. Tôi mang trái cây.
2. Cô ấy đi bộ.
3. Họ uống nước.
Oplossingen Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]
1. Bạn đọc sách.
2. Chúng tôi chơi thể thao.
3. Tôi uống trà.
Oplossingen Oefening 3[bewerken | brontekst bewerken]
1. Chúng tôi học tiếng Việt.
2. Bạn nói chuyện.
3. Anh ấy chơi game.
Oplossingen Oefening 4[bewerken | brontekst bewerken]
1. Cô ấy ngủ sớm.
2. Tôi đọc to.
3. Họ làm nhanh.
Oplossingen Oefening 5[bewerken | brontekst bewerken]
1. Tegenwoordige tijd.
2. Tegenwoordige tijd.
3. Tegenwoordige tijd.
Oplossingen Oefening 6[bewerken | brontekst bewerken]
(De student moet de woorden zelf oefenen en kan de antwoorden niet in de tekst vinden.)
Oplossingen Oefening 7[bewerken | brontekst bewerken]
(Niet van toepassing, de student moet zijn eigen dialoog maken.)
Oplossingen Oefening 8[bewerken | brontekst bewerken]
1. Tôi học tiếng Việt.
2. Cô ấy đi chợ.
3. Họ uống nước.
Oplossingen Oefening 9[bewerken | brontekst bewerken]
(Niet van toepassing, de student moet zelf een lijst maken.)
Oplossingen Oefening 10[bewerken | brontekst bewerken]
(Niet van toepassing, de student moet zelf een kort verhaal schrijven.)
Gefeliciteerd! Je hebt nu een basiskennis van de tegenwoordige tijd in het Vietnamees. Blijf oefenen en gebruik deze vaardigheden in je dagelijkse gesprekken. Veel succes met de volgende lessen!
Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]
- Complete 0 tot A1 Vietnamese Cursus → Grammatica → Adverbs
- 0 tot A1 Cursus → Grammatica → Bijvoeglijke naamwoorden
- Complete 0 tot A1 Vietnamese Course → Grammatica → Toekomstige Tijd Werkwoorden
- Complete 0 to A1 Vietnamese Course → Grammatica → Voornaamwoorden en Persoonlijke Voornaamwoorden
- Complete Vietnamese Course 0 tot A1 → Grammatica → Modale werkwoorden
- Complete 0 to A1 Vietnamese Course → Grammatica → Bezittelijke voornaamwoorden
- Complete 0 tot A1 Viëtnamees → Grammatica → Verleden Tijd Werkwoorden
- 0 tot A1 Cursus → Grammatica → Zelfstandige naamwoorden en geslacht
