Language/German/Vocabulary/Numbers-1-100/nl

Uit Polyglot Club WIKI
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
This lesson can still be improved. EDIT IT NOW! & become VIP
Rate this lesson:
0.00
(0 stemmen)


German-Language-PolyglotClub.jpg
Duits Woordenschat0 naar A1 CursusGetallen 1-100

In deze les gaan we ons richten op een fundamenteel aspect van de Duitse taal: getallen van 1 tot 100. Het leren van deze getallen is niet alleen belangrijk voor het begrijpen van de taal, maar het is ook cruciaal voor alledaagse interacties, zoals het doen van aankopen, het geven van je telefoonnummer, en het vertellen van de tijd. Door de basis van de getallen te beheersen, leg je een stevige basis voor verdere taallessen.

Structuur van de Les[bewerken | brontekst bewerken]

1. Introductie tot Getallen in het Duits

2. De Getallen van 1 tot 20

3. De Tientallen en Hoe Ze Te Vormen

4. De Getallen van 21 tot 100

5. Oefeningen en Toepassingen

6. Oplossingen en Uitleg van Oefeningen

Introductie tot Getallen in het Duits[bewerken | brontekst bewerken]

Getallen zijn overal om ons heen. Of je nu in de supermarkt bent, met vrienden afspreekt of naar een concert gaat, de kans is groot dat je getallen nodig hebt. In het Duits zijn de getallen eenvoudig te leren, maar ze hebben hun eigen specifieke regels en patronen. Laten we beginnen met de basis.

De Getallen van 1 tot 20[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste stap in het leren van getallen is het begrijpen van de getallen van 1 tot 20. Deze getallen zijn de bouwstenen voor grotere getallen. Hieronder zie je een tabel met de getallen in het Duits, hun uitspraak en de Nederlandse vertaling.

Duits Uitspraak Nederlands
eins aɪns één
zwei tsvaɪ twee
drei draɪ drie
vier fiːr vier
fünf fʏnf vijf
sechs zɛks zes
sieben ˈziːbən zeven
acht axt acht
neun nɔʏn negen
zehn tseːn tien
elf ɛlf elf
zwölf tsvœlf twaalf
dreizehn ˈdraɪ̯tseːn dertien
vierzehn ˈfiːrtsɛːn veertien
fünfzehn ˈfʏnfˌtseːn vijftien
sechzehn ˈzɛktsɛːn zestien
siebzehn ˈziːbˌtseːn zeventien
achtzehn ˈaxtˌtseːn achttien
neunzehn ˈnɔʏnˌtseːn negentien

De Tientallen en Hoe Ze Te Vormen[bewerken | brontekst bewerken]

Na het leren van de getallen van 1 tot 20, is het tijd om de tientallen te begrijpen. De getallen van 20 tot 90 volgen een bepaald patroon. De getallen 20, 30, 40, enzovoort, eindigen op -zig. Hier is een tabel met de belangrijkste tientallen:

Duits Uitspraak Nederlands
zwanzig ˈtsvantsɪç twintig
dreißig ˈdraɪ̯sɪç dertig
vierzig ˈfiːrtsɪç veertig
fünfzig ˈfʏnftsɪç vijftig
sechzig ˈzɛktsɪç zestig
siebzig ˈziːptsɪç zeventig
achtzig ˈaxtsɪç tachtig
neunzig ˈnɔʏntsɪç negentig
hundert ˈhʊndɐt honderd

De Getallen van 21 tot 100[bewerken | brontekst bewerken]

Nu we de getallen van 1 tot 20 en de tientallen hebben geleerd, kunnen we de getallen van 21 tot 100 vormen. De structuur voor de getallen van 21 tot 99 is als volgt: je zegt eerst het eenheidscijfer, gevolgd door "und", en dan het tiental. Bijvoorbeeld: 21 is "einundzwanzig" (één en twintig). Hier is een tabel met enkele voorbeelden:

Duits Uitspraak Nederlands
einundzwanzig aɪnʊntˈtsvantsɪç éénentwintig
zweiundzwanzig ˈtsvaɪʊntˈtsvantsɪç tweeëntwintig
dreiundzwanzig ˈdraɪ̯ʊntˈtsvantsɪç drieëntwintig
vierundzwanzig ˈfiːrʊntˈtsvantsɪç vierentwintig
fünfundzwanzig ˈfʏnfʊntˈtsvantsɪç vijfentwintig
sechundzwanzig ˈzɛkʊntˈtsvantsɪç zesentwintig
siebenundzwanzig ˈziːbʊntˈtsvantsɪç zevenentwintig
achtundzwanzig ˈaxtʊntˈtsvantsɪç achtentwintig
neunundzwanzig ˈnɔʏnʊntˈtsvantsɪç negenentwintig
dreißig ˈdraɪ̯sɪç dertig
einunddreißig aɪnʊndˈdraɪ̯sɪç éénendertig
zweiunddreißig ˈtsvaɪʊndˈdraɪ̯sɪç tweeëndertig
... ... ...

Om getallen boven de 30 te maken, blijf je dezelfde structuur volgen. Hier zijn enkele voorbeelden van de hogere getallen:

Duits Uitspraak Nederlands
einundvierzig aɪnʊntˈfiːrtsɪç éénenveertig
zweiundvierzig ˈtsvaɪʊntˈfiːrtsɪç tweeënveertig
einundfünfzig aɪnʊntˈfʏnftsɪç éénenvijftig
zweiundfünfzig ˈtsvaɪʊntˈfʏnftsɪç tweeenvijftig
einundsechzig aɪnʊntˈzɛktsɪç éénenzestig
einundachtzig aɪnʊntˈaxtsɪç éénentachtig
einundneunzig aɪnʊntˈnɔʏntsɪç éénennegentig
hundert ˈhʊndɐt honderd

Oefeningen en Toepassingen[bewerken | brontekst bewerken]

Nu je de getallen in het Duits hebt geleerd, laten we wat oefeningen doen om je kennis te testen en te versterken. Hier zijn 10 oefeningen die je kunt proberen:

Oefening 1: Vul de Lege Ruimtes In[bewerken | brontekst bewerken]

Vul de lege ruimtes in met het juiste Duitse getal.

1. _zehn__ (tien)

2. ___ (drieëntwintig)

3. ___ (vijftig)

4. ___ (zeventig)

5. ___ (negenentachtig)

Oefening 2: Vertaal de Getallen[bewerken | brontekst bewerken]

Vertaal de volgende getallen naar het Duits.

1. 14

2. 37

3. 52

4. 89

5. 100

Oefening 3: Schrijf de Getallen in Woorden[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf de getallen in woorden in het Duits.

1. 25

2. 43

3. 67

4. 78

5. 91

Oefening 4: Getallen in Context[bewerken | brontekst bewerken]

Maak een zin met de volgende getallen.

1. 5

2. 20

3. 100

4. 13

5. 42

Oefening 5: Luister en Herhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Vraag iemand om de volgende getallen voor te lezen en herhaal ze hardop.

1. 11

2. 30

3. 55

4. 68

5. 99

Oefening 6: Bingo Spel[bewerken | brontekst bewerken]

Speel een spelletje bingo met je klasgenoten met de getallen van 1 tot 100. Degene die als eerste een rij compleet heeft, wint!

Oefening 7: Maak een Rekening[bewerken | brontekst bewerken]

Stel een fictieve rekening op met prijzen in het Duits (bijvoorbeeld: 3 appels à 2 euro).

Oefening 8: Wat is de Tijd?[bewerken | brontekst bewerken]

Vraag je klasgenoten naar de tijd in het Duits met behulp van getallen (bijvoorbeeld: Hoe laat is het? Het is 15 uur).

Oefening 9: Raad het Getal[bewerken | brontekst bewerken]

Denk aan een getal tussen 1 en 100 en laat je klasgenoten raden welk getal het is door hints te geven in het Duits.

Oefening 10: Schrijf een Verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf een kort verhaal dat minstens vijf getallen bevat in het Duits.

Oplossingen en Uitleg van Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]

Hier zijn de oplossingen voor de oefeningen, zodat je kunt controleren of je het goed hebt gedaan.

Oplossingen Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]

1. zehn

2. dreiundzwanzig

3. fünfzig

4. siebzig

5. neunundachtzig

Oplossingen Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]

1. vierzehn

2. siebenunddreißig

3. zweiundvijftig

4. neunundachtig

5. hundert

Oplossingen Oefening 3[bewerken | brontekst bewerken]

1. fünfundzwanzig

2. dreiunddreißig

3. siebenundsechzig

4. achtundszeventig

5. einundnegenzig

Oplossingen Oefening 4[bewerken | brontekst bewerken]

1. Ich habe fünf appels.

2. Ik heb twintig euro.

3. Ik heb honderd vrienden.

4. Ik ben dertien jaar oud.

5. Ik ben tweeënveertig dagen op vakantie.

Oplossingen Oefening 5[bewerken | brontekst bewerken]

1. elf

2. dertig

3. vijfenvijftig

4. achtenzestig

5. negenennegentig

Oplossingen Oefening 6[bewerken | brontekst bewerken]

Speel bingo en kijk wie de eerste is die een rij vol heeft.

Oplossingen Oefening 7[bewerken | brontekst bewerken]

Bijvoorbeeld: 3 appels à 2 euro = 6 euro.

Oplossingen Oefening 8[bewerken | brontekst bewerken]

Vraag: Wie spät ist es? Het is 15 Uhr.

Oplossingen Oefening 9[bewerken | brontekst bewerken]

Denk aan een getal en geef hints, bijvoorbeeld: Het is een getal tussen 1 en 100.

Oplossingen Oefening 10[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf een kort verhaal dat je zelf hebt gemaakt met minimaal vijf getallen.


Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]


Contributors

Maintenance script en 62.45.37.151


Create a new Lesson