Language/Portuguese/Grammar/Conditional-Tense/nl

Uit Polyglot Club WIKI
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
This lesson can still be improved. EDIT IT NOW! & become VIP
Rate this lesson:
0.00
(0 stemmen)


Portuguese-europe-brazil-polyglotclub.png
Portugees Grammatica0 tot A1 CursusVoorwaardelijke Tijd

Inleiding[bewerken | brontekst bewerken]

In deze les gaan we de voorwaardelijke tijd in het Portugees verkennen. Dit is een belangrijke tijd die ons helpt om hypothetische situaties of wensen uit te drukken. Of je nu droomt van een verre reis of wilt vertellen wat je zou doen als je een miljoen euro zou winnen, de voorwaardelijke tijd is de sleutel. Deze tijd stelt ons in staat om onze gedachten en wensen op een duidelijke manier te verwoorden. We zullen de structuur van de voorwaardelijke tijd bekijken, hoe we werkwoorden moeten vervoegen en we zullen verschillende voorbeelden in zinnen gebruiken.

Laten we beginnen met de basis. De voorwaardelijke tijd in het Portugees wordt meestal gebruikt om te verwijzen naar situaties die niet zeker zijn, maar die mogelijk kunnen gebeuren. Dit kan in de toekomst zijn of in hypothetische situaties. Het is dus essentieel voor elke taalleerder om deze tijd te beheersen.

Wat is de Voorwaardelijke Tijd?[bewerken | brontekst bewerken]

De voorwaardelijke tijd, of "condicional" in het Portugees, wordt gebruikt om wensen, twijfels of hypothetische situaties uit te drukken. Het is vergelijkbaar met de Engelse "would". In het Portugees wordt de voorwaardelijke tijd gevormd door de infinitief van het werkwoord te nemen en daar bepaalde uitgangen aan toe te voegen.

Vorming van de Voorwaardelijke Tijd[bewerken | brontekst bewerken]

De vervoegingen van regelmatige werkwoorden in de voorwaardelijke tijd zijn vrij eenvoudig. Hier is een overzicht van hoe je ze vormt:

Regelmatige Werkwoorden[bewerken | brontekst bewerken]

Voor regelmatige werkwoorden zijn de uitgangen als volgt:

  • -AR werkwoorden: -aria, -arias, -aria, -aríamos, -ariam
  • -ER werkwoorden: -eria, -erias, -eria, -eríamos, -eriam
  • -IR werkwoorden: -iria, -irias, -iria, -iríamos, -iriam

Laten we deze uitgangen eens bekijken in een tabel:

Werkwoordtype Voorbeeldwerkwoord Vervoegingen
-AR falar (spreken) falaria, falarias, falaria, falaríamos, falariam
-ER comer (eten) comeria, comerias, comería, comeríamos, comeriam
-IR viver (leven) viveria, viverias, viveria, viveríamos, viveriam

Voorbeeldzinnen[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we nu zien hoe we deze vervoegingen in zinnen kunnen gebruiken. Hieronder staan enkele voorbeelden die de voorwaardelijke tijd in actie laten zien:

Portuges Uitspraak Nederlands
Eu falaria com ela. ejoo falaria kon ela Ik zou met haar praten.
Você comeria a sobremesa? voosay komeerias a soebremesa Zou jij het toetje eten?
Nós viveríamos em Portugal. noos viveríamos em Portugal Wij zouden in Portugal leven.
Eles comprariam uma casa. eles komprariam oema casa Zij zouden een huis kopen.
Eu gostaria de viajar. ejoo gostaría dji viajar Ik zou graag willen reizen.

Gebruik van de Voorwaardelijke Tijd[bewerken | brontekst bewerken]

De voorwaardelijke tijd wordt vaak gebruikt in de volgende contexten:

  • Om wensen uit te drukken: "Ik zou graag een hond willen hebben."
  • Om hypothetische situaties te beschrijven: "Als ik rijk was, zou ik de wereld rondreizen."
  • Om beleefde verzoeken te doen: "Zou je me kunnen helpen, alsjeblieft?"

Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we nu enkele oefeningen doen om te zien of je de voorwaardelijke tijd goed begrijpt. Probeer de zinnen te voltooien door de juiste vorm van het werkwoord in de voorwaardelijke tijd te gebruiken.

Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]

Vul de lege plekken in met de juiste vervoegingen van de werkwoorden tussen haakjes.

1. Se eu (ter) um carro, _____ (dirigir) todos os dias.

2. Você (poder) me ajudar, _____ (por favor)?

3. Se nós (saber) a verdade, _____ (falar) com você.

4. Eles (gostar) de viajar, _____ (com certeza).

5. Eu (fazer) um bolo, _____ (se) você vier.

Oplossingen Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]

1. Se eu tivesse um carro, dirigiria todos os dias.

2. Você poderia me ajudar, por favor?

3. Se nós soubéssemos a verdade, falávamos com você.

4. Eles gostariam de viajar, com certeza.

5. Eu faria um bolo, se você vier.

Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]

Vertaal de volgende zinnen naar het Portugees, gebruikmakend van de voorwaardelijke tijd.

1. Ik zou naar het strand gaan.

2. Zou jij naar het feest komen?

3. Wij zouden een nieuwe auto kopen.

4. Zij zou een boek lezen.

5. Zou hij met ons willen spelen?

Oplossingen Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]

1. Eu iria à praia.

2. Você viria à festa?

3. Nós compraríamos um carro novo.

4. Ela leria um livro.

5. Ele gostaria de brincar conosco?

Meer Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Hier zijn nog eens enkele voorbeelden om de voorwaardelijke tijd verder te verduidelijken:

Portuges Uitspraak Nederlands
Eu compraria um carro novo. ejoo kompraria oema karro novo Ik zou een nieuwe auto kopen.
Você faria isso por mim? voosay faria isso por mim Zou jij dit voor mij doen?
Nós iríamos ao cinema. noos iríamos au cinema Wij zouden naar de bioscoop gaan.
Eles falariam sobre o assunto. eles falariam sobre o asuntu Zij zouden over het onderwerp praten.
Eu gostaria de ver você. ejoo gostaría dji ver voosay Ik zou je graag willen zien.

Conclusie[bewerken | brontekst bewerken]

De voorwaardelijke tijd is een essentieel onderdeel van het Portugees dat je in staat stelt om wensen en hypothetische situaties duidelijk te communiceren. Door de regels voor het vervoegen van werkwoorden te begrijpen en te oefenen met het maken van zinnen, zul je je vaardigheden in het Portugees aanzienlijk verbeteren. Blijf oefenen en gebruik deze tijd in je dagelijkse gesprekken om meer vertrouwen te krijgen. Je kunt het!

Inhoudsopgave - Portugese Cursus - 0 tot A1[brontekst bewerken]


Unit 1: Begroetingen en Basisuitdrukkingen


Unit 2: Werkwoorden - Tegenwoordige Tijd


Unit 3: Familie en Beschrijvingen


Unit 4: Werkwoorden - Toekomende en Voorwaardelijke Tijden


Unit 5: Portugese sprekende landen en culturen


Unit 6: Eten en drinken


Unit 7: Werkwoorden - Verleden Tijd


Unit 8: Reizen en Transport


Unit 9: Onbepaalde Voornaamwoorden en Voorzetsels


Unit 10: Gezondheid en Noodgevallen


Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]


Contributors

Maintenance script


Create a new Lesson