Language/Malay-individual-language/Vocabulary/Numbers-and-Counting/nl
Հայերէն
Български език
官话
官話
Hrvatski jezik
Český jazyk
Nederlands
English
Suomen kieli
Français
Deutsch
עברית
हिन्दी
Magyar
Bahasa Indonesia
فارسی
Italiano
日本語
Қазақ тілі
한국어
Lietuvių kalba
Νέα Ελληνικά
Şimali Azərbaycanlılar
Język polski
Português
Limba Română
Русский язык
Српски
Español
العربية القياسية
Svenska
Wikang Tagalog
தமிழ்
ภาษาไทย
Türkçe
Українська мова
Urdu
Tiếng ViệtInleiding[bewerken | brontekst bewerken]
Welkom bij de les over nummers en tellen in het Maleis! In deze les gaan we ons verdiepen in een van de fundamentele aspecten van het leren van een nieuwe taal: het begrijpen en gebruiken van cijfers. Nummers zijn overal om ons heen. Of je nu de tijd wilt weten, je leeftijd wilt vertellen of gewoon wilt weten hoeveel appels je hebt, cijfers zijn essentieel! Deze les is ontworpen voor absolute beginners, dus maak je geen zorgen als je nog nooit eerder met het Maleis hebt gewerkt. We zullen alles stap voor stap doornemen.
In deze les zullen we de volgende onderwerpen behandelen:
- **Basisnummers (cardinale nummers)**: de getallen die we gebruiken om hoeveelheden aan te geven.
- **Volgorde nummers (ordinale nummers)**: de getallen die we gebruiken om posities of volgordes aan te geven.
- **Oefeningen**: praktische oefeningen om de geleerde concepten toe te passen.
Wij beginnen met de basisnummers.
Basisnummers (Cardinale Nummers)[bewerken | brontekst bewerken]
Basisnummers zijn de getallen die we gebruiken om hoeveelheden aan te geven. Laten we beginnen met de eerste tien basisnummers in het Maleis.
| Malay (individuele taal) | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| satu | /satu/ | één |
| dua | /dua/ | twee |
| tiga | /tiɡa/ | drie |
| empat | /əmˈpat/ | vier |
| lima | /liːma/ | vijf |
| enam | /ənˈam/ | zes |
| tujuh | /tuːdʒuh/ | zeven |
| lapan | /laːpan/ | acht |
| sembilan | /sɛmˈbilan/ | negen |
| sepuluh | /səˈpuluh/ | tien |
Nu we de eerste tien getallen hebben geleerd, laten we ze in zinnen gebruiken. Hier zijn enkele voorbeelden:
1. Ik heb **dua** (twee) appels. 2. Zij heeft **lima** (vijf) boeken. 3. We zullen **tiga** (drie) dagen blijven.
Laten we nu verder gaan met de volgende set getallen. We gaan van elf tot twintig.
| Malay (individuele taal) | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| sebelas | /səˈbələs/ | elf |
| dua belas | /duə ˈbələs/ | twaalf |
| tiga belas | /tiɡa ˈbələs/ | dertien |
| empat belas | /əmˈpat bələs/ | veertien |
| lima belas | /liːma bələs/ | vijftien |
| enam belas | /ənˈam bələs/ | zestien |
| tujuh belas | /tuːdʒuh bələs/ | zeventien |
| lapan belas | /laːpan bələs/ | achttien |
| sembilan belas | /sɛmˈbilan bələs/ | negentien |
| dua puluh | /duə ˈpuluh/ | twintig |
Met deze cijfers kunnen we nu wat complexere zinnen maken. Hier zijn enkele voorbeelden:
1. Ik heb **tiga belas** (dertien) vrienden. 2. Zij heeft **sepuluh** (tien) pennen. 3. We hebben **lima belas** (vijftien) minuten.
Volgorde Nummers (Ordinale Nummers)[bewerken | brontekst bewerken]
Nu we de basisnummers hebben behandeld, is het tijd om de volgorde nummers te leren. Deze nummers worden gebruikt om posities aan te geven. Laten we de eerste tien ordinale nummers in het Maleis bekijken.
| Malay (individuele taal) | Uitspraak | Nederlands |
|---|---|---|
| pertama | /pərˈtama/ | eerste |
| kedua | /kədʊa/ | tweede |
| ketiga | /kəˈtiɡa/ | derde |
| keempat | /kəˈəmˈpat/ | vierde |
| kelima | /kəˈliːma/ | vijfde |
| keenam | /kəˈənam/ | zesde |
| ketujuh | /kəˈtuːdʒuh/ | zevende |
| kedelapan | /kədəˈlaːpan/ | achtste |
| kesembilan | /kəsɛmˈbilan/ | negende |
| kesepuluh | /kəsəˈpuluh/ | tiende |
Hier zijn enkele voorbeelden van hoe je deze ordinale nummers in zinnen kunt gebruiken:
1. Ik ben de **kedua** (tweede) in de rij. 2. Zij is de **ketiga** (derde) persoon die arriveert. 3. We zijn de **keempat** (vierde) groep die presenteert.
Samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]
In deze les hebben we geleerd over basisnummers en volgorde nummers in het Maleis. We hebben de eerste twintig cijfers en de eerste tien ordinale nummers doorgenomen. Nu ben je beter uitgerust om te tellen en om posities aan te geven in het Maleis.
Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]
Hier zijn enkele oefeningen om je kennis te testen en te versterken.
Oefening 1: Vertaal de volgende zinnen naar het Maleis[bewerken | brontekst bewerken]
1. Ik heb zeven appels. 2. Zij is de eerste in de rij. 3. We hebben twaalf pennen.
Oefening 2: Vul de lege plekken in[bewerken | brontekst bewerken]
1. **____** (tien) boeken. 2. Ik ben de **____** (vijfde) persoon. 3. Wij hebben **____** (drie) dagen vrij.
Oefening 3: Vertaal de volgende cijfers naar het Maleis[bewerken | brontekst bewerken]
1. 15 2. 9 3. 22
Oefening 4: Schrijf de volgende zinnen in het Maleis[bewerken | brontekst bewerken]
1. Zij heeft drie katten. 2. Ik ben de tweede in mijn klas. 3. We hebben achttien minuten gewacht.
Oefening 5: Maak een lijst van de eerste tien ordinale nummers in het Maleis[bewerken | brontekst bewerken]
Oefening 6: Vul de getallen in de volgende zinnen in[bewerken | brontekst bewerken]
1. Ik heb **____** (aantal) boeken. 2. De **____** (positie) persoon is hier.
Oefening 7: Vertaal de volgende zinnen naar het Nederlands[bewerken | brontekst bewerken]
1. Dia ada dua belas buku. 2. Kami adalah yang ketiga. 3. Saya punya sembilan apel.
Oefening 8: Vul de juiste ordinale nummers in[bewerken | brontekst bewerken]
1. Ik ben de **____** (positie) in de race. 2. Zij is de **____** (positie) van de groep.
Oefening 9: Vertaal de volgende zinnen naar het Maleis[bewerken | brontekst bewerken]
1. We hebben zes dagen vakantie. 2. Hij is de vierde in de rij.
Oefening 10: Schrijf een kort verhaal met minimaal vijf zinnen waarin je ten minste vijf cijfers gebruikt.[bewerken | brontekst bewerken]
Oplossingen[bewerken | brontekst bewerken]
Hier zijn de oplossingen voor de oefeningen:
Oplossing Oefening 1[bewerken | brontekst bewerken]
1. Saya mempunyai tujuh epal. 2. Dia adalah yang pertama dalam barisan. 3. Kami mempunyai dua belas pen.
Oplossing Oefening 2[bewerken | brontekst bewerken]
1. sepuluh 2. kelima 3. tiga
Oplossing Oefening 3[bewerken | brontekst bewerken]
1. lima belas 2. sembilan 3. dua puluh dua
Oplossing Oefening 4[bewerken | brontekst bewerken]
1. Dia mempunyai tiga kucing. 2. Saya adalah yang kedua dalam kelas saya. 3. Kami telah menunggu lapan belas minit.
Oplossing Oefening 5[bewerken | brontekst bewerken]
1. pertama, kedua, ketiga, keempat, kelima, keenam, ketujuh, kedelapan, kesembilan, kesepuluh.
Oplossing Oefening 6[bewerken | brontekst bewerken]
1. **enam** boeken. 2. De **tweede** persoon is hier.
Oplossing Oefening 7[bewerken | brontekst bewerken]
1. Ze heeft twaalf boeken. 2. Wij zijn de derde. 3. Ik heb negen appels.
Oplossing Oefening 8[bewerken | brontekst bewerken]
1. Ik ben de **pertama** (eerste) in de race. 2. Zij is de **kedua** (tweede) van de groep.
Oplossing Oefening 9[bewerken | brontekst bewerken]
1. Wij hebben zes dagen vakantie. 2. Hij is de vierde in de rij.
Oplossing Oefening 10[bewerken | brontekst bewerken]
Dit is een open oefening, maar zorg ervoor dat je ten minste vijf cijfers gebruikt in je verhaal.
Sjabloon:Malay-individual-language-0-to-A1-Course-TOC-nl
