Language/Standard-arabic/Vocabulary/Cardinal-numbers-1-100/nl

Uit Polyglot Club WIKI
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
This lesson can still be improved. EDIT IT NOW! & become VIP
Rate this lesson:
0.00
(0 stemmen)


Arabic-Language-PolyglotClub.png
Standaard Arabisch Woordenschat0 naar A1 CursusHoofdtelwoorden 1-100

Inleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Welkom bij deze les over hoofdtelwoorden in het Standaard Arabisch, een essentieel onderdeel van de taal die je helpt bij het tellen en het begrijpen van getallen in alledaagse situaties. Het beheersen van cijfers is niet alleen belangrijk voor wiskunde, maar ook voor het kopen van goederen, het geven van informatie over tijd, en het navigeren in gesprekken. In deze les zullen we de hoofdtelwoorden van 1 tot 100 behandelen, met voorbeelden, oefeningen en antwoorden om je te helpen deze belangrijke woorden te onthouden en toe te passen.

We zullen beginnen met een overzicht van de hoofdtelwoorden, gevolgd door gedetailleerde voorbeelden en oefeningen die je kunt gebruiken om je kennis te testen en te verbeteren. Laten we duiken in de wereld van de Arabische cijfers!

Hoofdtelwoorden van 1 tot 10[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we beginnen met de basis. Hier zijn de hoofdtelwoorden van 1 tot 10 in het Standaard Arabisch:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
١ (واحد) wāḥid één
٢ (اثنان) ithnān twee
٣ (ثلاثة) thalātha drie
٤ (أربعة) arbaʿa vier
٥ (خمسة) khamsa vijf
٦ (ستة) sitta zes
٧ (سبعة) sabʿa zeven
٨ (ثمانية) thamāniya acht
٩ (تسعة) tisʿa negen
١٠ (عشرة) ʿashara tien

Hoofdtelwoorden van 11 tot 20[bewerken | brontekst bewerken]

Nu we de eerste tien hoofdtelwoorden hebben behandeld, gaan we verder met de nummers van 11 tot 20:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
١١ (أحد عشر) aḥada ʿashar elf
١٢ (اثنا عشر) ithnā ʿashar twaalf
١٣ (ثلاثة عشر) thalātha ʿashar dertien
١٤ (أربعة عشر) arbaʿa ʿashar veertien
١٥ (خمسة عشر) khamsa ʿashar vijftien
١٦ (ستة عشر) sitta ʿashar zestien
١٧ (سبعة عشر) sabʿa ʿashar zeventien
١٨ (ثمانية عشر) thamāniya ʿashar achttien
١٩ (تسعة عشر) tisʿa ʿashar negentien
٢٠ (عشرون) ʿishrūn twintig

Hoofdtelwoorden van 21 tot 30[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we nu de getallen van 21 tot 30 bekijken:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٢١ (واحد وعشرون) wāḥid wa-ʿishrūn eenentwintig
٢٢ (اثنان وعشرون) ithnān wa-ʿishrūn tweeëntwintig
٢٣ (ثلاثة وعشرون) thalātha wa-ʿishrūn drieëntwintig
٢٤ (أربعة وعشرون) arbaʿa wa-ʿishrūn vierentwintig
٢٥ (خمسة وعشرون) khamsa wa-ʿishrūn vijfentwintig
٢٦ (ستة وعشرون) sitta wa-ʿishrūn zesentwintig
٢٧ (سبعة وعشرون) sabʿa wa-ʿishrūn zevenentwintig
٢٨ (ثمانية وعشرون) thamāniya wa-ʿishrūn achtentwintig
٢٩ (تسعة وعشرون) tisʿa wa-ʿishrūn negenentwintig
٣٠ (ثلاثون) thalāthūn dertig

Hoofdtelwoorden van 31 tot 40[bewerken | brontekst bewerken]

We gaan nu verder met de hoofdtelwoorden van 31 tot 40:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٣١ (واحد وثلاثون) wāḥid wa-thalāthūn éénendertig
٣٢ (اثنان وثلاثون) ithnān wa-thalāthūn tweeëndertig
٣٣ (ثلاثة وثلاثون) thalātha wa-thalāthūn drieëndertig
٣٤ (أربعة وثلاثون) arbaʿa wa-thalāthūn vierendertig
٣٥ (خمسة وثلاثون) khamsa wa-thalāthūn vijfendertig
٣٦ (ستة وثلاثون) sitta wa-thalāthūn zesendertig
٣٧ (سبعة وثلاثون) sabʿa wa-thalāthūn zevenendertig
٣٨ (ثمانية وثلاثون) thamāniya wa-thalāthūn achtendertig
٣٩ (تسعة وثلاثون) tisʿa wa-thalāthūn negenendertig
٤٠ (أربعون) arbaʿūn veertig

Hoofdtelwoorden van 41 tot 50[bewerken | brontekst bewerken]

Hier zijn de hoofdtelwoorden van 41 tot 50:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٤١ (واحد وأربعون) wāḥid wa-arbaʿūn éénenveertig
٤٢ (اثنان وأربعون) ithnān wa-arbaʿūn tweeënveertig
٤٣ (ثلاثة وأربعون) thalātha wa-arbaʿūn drieënveertig
٤٤ (أربعة وأربعون) arbaʿa wa-arbaʿūn vierenveertig
٤٥ (خمسة وأربعون) khamsa wa-arbaʿūn vijfenveertig
٤٦ (ستة وأربعون) sitta wa-arbaʿūn zesenveertig
٤٧ (سبعة وأربعون) sabʿa wa-arbaʿūn zevenenveertig
٤٨ (ثمانية وأربعون) thamāniya wa-arbaʿūn acht-enveertig
٤٩ (تسعة وأربعون) tisʿa wa-arbaʿūn negenenveertig
٥٠ (خمسون) khamsūn vijftig

Hoofdtelwoorden van 51 tot 60[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we nu de hoofdtelwoorden van 51 tot 60 bekijken:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٥١ (واحد وخمسون) wāḥid wa-khamsūn éénenvijftig
٥٢ (اثنان وخمسون) ithnān wa-khamsūn tweeënvijftig
٥٣ (ثلاثة وخمسون) thalātha wa-khamsūn drieënvijftig
٥٤ (أربعة وخمسون) arbaʿa wa-khamsūn vierenvijftig
٥٥ (خمسة وخمسون) khamsa wa-khamsūn vijfenvijftig
٥٦ (ستة وخمسون) sitta wa-khamsūn zesenvijftig
٥٧ (سبعة وخمسون) sabʿa wa-khamsūn zevenenvijftig
٥٨ (ثمانية وخمسون) thamāniya wa-khamsūn achtenvijftig
٥٩ (تسعة وخمسون) tisʿa wa-khamsūn negenenvijftig
٦٠ (ستون) sittūn zestig

Hoofdtelwoorden van 61 tot 70[bewerken | brontekst bewerken]

Laten we verder gaan met de hoofdtelwoorden van 61 tot 70:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٦١ (واحد وستون) wāḥid wa-sittūn éénenzestig
٦٢ (اثنان وستون) ithnān wa-sittūn tweeenzestig
٦٣ (ثلاثة وستون) thalātha wa-sittūn drieënzestig
٦٤ (أربعة وستون) arbaʿa wa-sittūn vierenzestig
٦٥ (خمسة وستون) khamsa wa-sittūn vijfenzestig
٦٦ (ستة وستون) sitta wa-sittūn zesenzestig
٦٧ (سبعة وستون) sabʿa wa-sittūn zevenenzestig
٦٨ (ثمانية وستون) thamāniya wa-sittūn achtenzestig
٦٩ (تسعة وستون) tisʿa wa-sittūn negenenzestig
٧٠ (سبعون) sabʿūn zeventig

Hoofdtelwoorden van 71 tot 80[bewerken | brontekst bewerken]

Hier zijn de hoofdtelwoorden van 71 tot 80:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٧١ (واحد وسبعون) wāḥid wa-sabʿūn éénenzeventig
٧٢ (اثنان وسبعون) ithnān wa-sabʿūn tweeënzeventig
٧٣ (ثلاثة وسبعون) thalātha wa-sabʿūn drieenzeventig
٧٤ (أربعة وسبعون) arbaʿa wa-sabʿūn vierenzeventig
٧٥ (خمسة وسبعون) khamsa wa-sabʿūn vijfenzeventig
٧٦ (ستة وسبعون) sitta wa-sabʿūn zesenzeventig
٧٧ (سبعة وسبعون) sabʿa wa-sabʿūn zevenenzeventig
٧٨ (ثمانية وسبعون) thamāniya wa-sabʿūn achtenzeventig
٧٩ (تسعة وسبعون) tisʿa wa-sabʿūn negenenzeventig
٨٠ (ثمانون) thamānūn tachtig

Hoofdtelwoorden van 81 tot 90[bewerken | brontekst bewerken]

Nu gaan we verder met de hoofdtelwoorden van 81 tot 90:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٨١ (واحد وثمانون) wāḥid wa-thamānūn éénentachtig
٨٢ (اثنان وثمانون) ithnān wa-thamānūn tweeëntachtig
٨٣ (ثلاثة وثمانون) thalātha wa-thamānūn drieëntachtig
٨٤ (أربعة وثمانون) arbaʿa wa-thamānūn vierentachtig
٨٥ (خمسة وثمانون) khamsa wa-thamānūn vijfentachtig
٨٦ (ستة وثمانون) sitta wa-thamānūn zesentachtig
٨٧ (سبعة وثمانون) sabʿa wa-thamānūn zevenentachtig
٨٨ (ثمانية وثمانون) thamāniya wa-thamānūn achtentachtig
٨٩ (تسعة وثمانون) tisʿa wa-thamānūn negenentachtig
٩٠ (تسعون) tisʿūn negentig

Hoofdtelwoorden van 91 tot 100[bewerken | brontekst bewerken]

Ten slotte bekijken we de hoofdtelwoorden van 91 tot 100:

Standaard Arabisch Uitspraak Nederlands
٩١ (واحد وتسعون) wāḥid wa-tisʿūn éénennegentig
٩٢ (اثنان وتسعون) ithnān wa-tisʿūn tweeënnegentig
٩٣ (ثلاثة وتسعون) thalātha wa-tisʿūn drieënnegentig
٩٤ (أربعة وتسعون) arbaʿa wa-tisʿūn vierennegentig
٩٥ (خمسة وتسعون) khamsa wa-tisʿūn vijfennegentig
٩٦ (ستة وتسعون) sitta wa-tisʿūn zesennegentig
٩٧ (سبعة وتسعون) sabʿa wa-tisʿūn zevenennegentig
٩٨ (ثمانية وتسعون) thamāniya wa-tisʿūn achtennegentig
٩٩ (تسعة وتسعون) tisʿa wa-tisʿūn negenennegentig
١٠٠ (مائة) miʾa honderd

Oefeningen[bewerken | brontekst bewerken]

Nu is het tijd om te oefenen! Hier zijn enkele oefeningen die je kunnen helpen om de hoofdtelwoorden te onthouden en toe te passen.

Oefening 1: Vul de lege plekken in[bewerken | brontekst bewerken]

Vul de lege plekken in met de juiste hoofdtelwoorden.

1. ١ (___) - één

2. ٥ (___) - vijf

3. ١٢ (___) - twaalf

4. ٣٣ (___) - drieëntwintig

5. ٤٥ (___) - vijfenveertig

Antwoorden:

1. واحد (wāḥid)

2. خمسة (khamsa)

3. اثنا عشر (ithnā ʿashar)

4. ثلاثة وثلاثون (thalātha wa-thalāthūn)

5. خمسة وأربعون (khamsa wa-arbaʿūn)

Oefening 2: Vertaal de nummers[bewerken | brontekst bewerken]

Vertaal de volgende getallen van het Nederlands naar het Standaard Arabisch.

1. zeven

2. zestien

3. dertig

4. tweeëntwintig

5. negenennegentig

Antwoorden:

1. سبعة (sabʿa)

2. ستة عشر (sitta ʿashar)

3. ثلاثون (thalāthūn)

4. اثنان وعشرون (ithnān wa-ʿishrūn)

5. تسعة وتسعون (tisʿa wa-tisʿūn)

Oefening 3: Getallen in context[bewerken | brontekst bewerken]

Gebruik de hoofdtelwoorden in zinnen. Vertaal de volgende zinnen naar het Arabisch.

1. Ik heb drie appels.

2. Hij heeft vijftig boeken.

3. We willen twee stoelen.

4. Zij hebben vier honden.

5. Jij hebt één kat.

Antwoorden:

1. لدي ثلاثة تفاحات. (ladayya thalātha tufāḥāt)

2. لديه خمسون كتابًا. (ladayhi khamsūn kitāban)

3. نريد اثنتين من الكراسي. (nurīdu ithnatayn min al-karāsī)

4. لديهم أربعة كلاب. (ladayhim arbaʿa kilāb)

5. لديك قطة واحدة. (ladayka qiṭṭa wāḥida)

Oefening 4: Kies het juiste antwoord[bewerken | brontekst bewerken]

Kies het juiste hoofdtelwoord voor de lege plek.

1. ١٠ = ___ (a) عشرة (b) إحدى عشر

2. ٢٣ = ___ (a) ثلاثون (b) ثلاثة وعشرون

3. ٤٥ = ___ (a) خمسة وأربعون (b) أربعون

4. ٧٢ = ___ (a) اثنان وسبعون (b) واحد وسبعون

5. ٩٠ = ___ (a) تسعون (b) تسعة عشر

Antwoorden:

1. (a) عشرة

2. (b) ثلاثة وعشرون

3. (a) خمسة وأربعون

4. (a) اثنان وسبعون

5. (a) تسعون

Oefening 5: Schrijf de nummers uit[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf de volgende getallen in het Arabisch uit.

1. 48

2. 73

3. 56

4. 37

5. 92

Antwoorden:

1. ثمانية وأربعون (thamāniya wa-arbaʿūn)

2. ثلاثة وسبعون (thalātha wa-sabʿūn)

3. ستة وخمسون (sitta wa-khamsūn)

4. سبعة وثلاثون (sabʿa wa-thalāthūn)

5. اثنان وتسعون (ithnān wa-tisʿūn)

Oefening 6: Maak een verhaal[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf een kort verhaal van minstens vijf zinnen waarin je minstens vijf hoofdtelwoorden gebruikt. Vertaal het verhaal naar het Arabisch.

Antwoorden: (Voorbeeldverhaal)

Gisteren heb ik vijf vrienden ontmoet. We hebben drie uur gepraat. Toen gingen we naar een restaurant met twintig tafels. We bestelden zes pizza's. Uiteindelijk hebben we vijftien euro betaald.

Vertaling:

أمس التقيت بخمسة أصدقاء. تحدثنا لمدة ثلاث ساعات. ثم ذهبنا إلى مطعم به عشرون طاولة. طلبنا ستة بيتزا. في النهاية دفعنا خمسة عشر يورو.

Oefening 7: Nummers in een lijst[bewerken | brontekst bewerken]

Maak een lijst van je favoriete vijf nummers en schrijf ze in het Arabisch.

Antwoorden: (Voorbeeld)

1. واحد (1)

2. خمسة (5)

3. عشرة (10)

4. أربعة (4)

5. اثنا عشر (12)

Oefening 8: Nummers combineren[bewerken | brontekst bewerken]

Combineer de volgende getallen met een plus (+) en geef het resultaat in Arabisch.

1. ٣ + ٤

2. ١٠ + ١١

3. ٥ + ٧

4. ٢٢ + ١٠

5. ٣٠ + ١٥

Antwoorden:

1. سبعة (7)

2. واحد وعشرون (21)

3. اثنا عشر (12)

4. اثنان وثلاثون (32)

5. خمسة وأربعون (45)

Oefening 9: Getallen in een dialoog[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijf een kort dialoog tussen twee personen waarin ze over hun leeftijden praten. Gebruik hoofdtelwoorden.

Antwoorden: (Voorbeelddialoog)

A: كم عمرك؟ (Kam ʿumruk?) - Hoe oud ben je?

B: أنا عشرون عامًا. (Ana ʿishrūn ʿāmān.) - Ik ben twintig jaar oud.

Oefening 10: Nummers quiz[bewerken | brontekst bewerken]

Organiseer een quiz met een vriend en vraag elkaar over hoofdtelwoorden, bijvoorbeeld: "Wat is ٢٥ in het Arabisch?"

Antwoorden: (Voorbeeldvraag)

Vriend: "Wat is ٢٥ in het Arabisch?"

Jij: "خمسة وعشرون (khamsa wa-ʿishrūn)."

Conclusie[bewerken | brontekst bewerken]

In deze les hebben we de hoofdtelwoorden van 1 tot 100 in het Standaard Arabisch geleerd. Deze woorden zijn cruciaal voor alledaagse gesprekken en situaties. Blijf oefenen met de oefeningen en probeer de getallen in je dagelijkse leven te gebruiken. Hoe meer je oefent, hoe gemakkelijker het wordt om de cijfers te onthouden en te gebruiken.

Inhoudsopgave - Standaard Arabische cursus - 0 naar A1[brontekst bewerken]


Introductie tot het Arabische schrift


Zelfstandige naamwoorden en geslacht in het Arabisch


Werkwoorden en vervoeging in het Arabisch


Cijfers en tellen in het Arabisch


Alledaags Arabisch vocabulaire


Voedsel en drank vocabulaire


Arabische gebruiken en tradities


Arabische muziek en entertainment


Bijvoeglijke naamwoorden in het Arabisch


Voornaamwoorden in het Arabisch


Voorzetsels in het Arabisch


Interrogatieven in het Arabisch


Bijwoorden in het Arabisch


Vervoersvocabulaire


Winkelen en geldvocabulaire


Arabische literatuur en poëzie


Arabische kalligrafie en kunst


Weervocabulaire


Voorwaardelijke zinnen in het Arabisch


Passieve stem in het Arabisch


Relatieve zinnen in het Arabisch


Arabische bijvoeglijke naamwoorden en zelfstandige naamwoorden


Arabische cinema en TV


Arabische mode en schoonheid


Sport- en vrijetijdsvocabulaire


Andere lessen[bewerken | brontekst bewerken]


Contributors

Maintenance script


Create a new Lesson